Op de tijdlijn staat wanneer alle maatregelen uit de vernieuwde Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen (EPBD IV) ingaan. Ook is te lezen voor wie welke maatregel geldt.
Een aantal aanpassingen aan de bepalingsmethode voor het berekenen van de energieprestatie en het energielabel van gebouwen.
Een nieuwe indeling van het energielabel en ‘A0’-label (A-nul) voor nieuwe emissievrije gebouwen (ZEB). Andere maatregelen:
-
Overheidsgebouwen hebben een energielabel en moeten die na renovatie vernieuwen.
-
Bij verlenging van een huurcontract en na oplevering van een ingrijpende renovatie krijgt een huurder een geldig energielabel.
-
Eigenaren van utiliteitsgebouwen die een energielabel hebben, hangen die op een opvallende en duidelijk zichtbare plek op.
Utiliteitsgebouwen met verwarmings- of airconditioningssystemen met een nominaal vermogen van meer dan 290 kW, hebben meet- en regelapparatuur voor de monitoring en regulering van de binnenluchtkwaliteit.
De Duurzaam Beheer en Onderhoud (DBO)-aanpak vervangt verplichte keuringen van verwarmings-, ventilatie- en airconditioningsystemen.
Alle nieuwe gebouwen worden zo ontworpen dat ze zonne-energie kunnen opwekken.
Deze maatregelen moeten ervoor zorgen dat gebouwen beter zijn voorbereid op elektrisch rijden en fietsen:
- Bij nieuwe woongebouwen met meer dan drie parkeerplaatsen moet minimaal de helft voorbekabeld zijn. De rest van de parkeerplaatsen hebben leidingdoorvoeren.
- Bestaande niet-woongebouwen met meer dan vijf parkeerplaatsen hebben minimaal één laadpunt. Ook met minimaal de helft voorbekabeld zijn.
- Kantoorgebouwen met meer dan vijf parkeerplaatsen hebben per twee parkeerplaatsen één laadpunt.
Het Energiehuis ondersteunt gebouweigenaren digitaal en op locatie bij verduurzaming.
Het renovatiepaspoort voor gebouweigenaren met daarin een stappenplan voor verduurzaming. Het doel is emissievrije gebouwen (ZEB) in 2050.
Gebouweigenaren installeren fietsparkeerplaatsen bij alle nieuwe gebouwen en gebouwen die een ingrijpende renovatie ondergaan.
Alle nieuwe openbare en utiliteitsgebouwen groter dan 250 m2 hebben geschikte zonne-energieinstallaties op het dak.
Bestaande niet-woongebouwen met meer dan twintig parkeerplaatsen hebben per tien parkeerplaatsen één laadpunt.
In de routekaart wlc-gwp staan grenswaarden per 2030 en toekomstige streefcijfers voor alle nieuwe gebouwen.
Het NBRP moet aantonen hoe Nederland toewerkt naar het einddoel van de EPBD: een emissievrije en zeer energiezuinige gebouwde omgeving in 2050.
ZEB-richtwaarden voor bestaande woningen en utiliteitsgebouwen zijn opgesteld.
Utiliteitsgebouwen hebben automatische verlichting als de verwarmings- en ventilatiesystemen samen sterker zijn dan 290 kW.
Gebouwen moeten geschikt zijn voor het opwekken van zonne-energie:
- Bestaande utiliteitsgebouwen groter dan 500m2 hebben zonne-energieinstallaties op het dak. Dit geldt ook bij ingrijpende renovatie of vergunning van een bestaand gebouw.
-
Bbestaande overheidsgebouwen groter dan 2000 m2 hebben zonne-energieinstallaties op het dak.
Eigenaren van nieuwe gebouwen groter dan 1000 m2 berekenen de wlc-gwp en vermelden die op het energielabel.
Nieuwe overheidsgebouwen zijn emissievrij (ZEB). Deze tijdelijke eis is 10% strenger dan de BENG 2-eis die nu geldt.
Alle bestaande overheidsgebouwen groter dan 750 m2 hebben geschikte zonne-energieinstallaties.
De gemoderniseerde bepalingsmethode voor energieprestatie wordt geïntroduceerd.
Een nieuwe indeling van energielabels op basis van de gemoderniseerde bepalingsmethode. De energielabels vanaf 2030 worden gelijkmatig ingedeeld van A tot en met G. De plusjes bij het A-label komen te vervallen.
Nieuwe woongebouwen hebben ondersteuning voor het energiegebruik.
Utiliteitsgebouwen hebben GACS als de verwarmings-, koelings- en ventilatiesystemen samen sterker zijn dan 70 kW.
Alle nieuwe woongebouwen en alle nieuwe overdekte aanpalende parkeergelegenheden hebben geschikte zonne-energieinstallaties op het dak.
Er zijn grenswaarden voor wlc-gwp voor alle nieuwe gebouwen. Eigenaren van die gebouwen moeten de wlc-gwp berekenen en op het energielabel vermelden.
De 16% slechtst presterende gebouwen zijn verbeterd volgens de MEPS-eisen. Alle gebouwen hebben minimaal energielabel D.
Alle nieuwe gebouwen zijn emissievrij (ZEB).
Alle bestaande overheidsgebouwen groter dan 250 m2 hebben geschikte zonne-energieinstallaties op het dak.
Bestaande niet-woongebouwen met meer dan twintig parkeerplaatsen hebben laadinfrastructuur.
Meer dan de helft van de parkeerplaatsen bij overheidsgebouwen hebben een laadpunt.
De 26% slechtst presterende gebouwen zijn verbeterd volgens de MEPS-eisen. Alle utiliteitsgebouwen hebben minimaal energielabel C.