De bepalingsmethode energieprestatie gebouwen (NTA 8800) is een onderdeel van de vernieuwde Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen (EPBD IV), waarvan de eerste regels op 29 mei 2026 ingingen. De methode bepaalt hoe de energieprestatie van een gebouw wordt berekend en vormt de basis voor onder meer het energielabel.

Aanpassing NTA 8800

De aanpassingen gelden voor de bepalingsmethode NTA 8800. Die methode houdt nu rekening met energieopslag, zoals batterijen, en met gebouwautomatisering. Ook levert de methode extra gegevens voor het energielabel op, zoals het finaal energiegebruik en de CO₂‑uitstoot. Het finaal energiegebruik wil zeggen: de hoeveelheid energie die daadwerkelijk door de eindgebruiker wordt gebruikt.

Vernieuwing vanaf 2030

Vanaf 2030 komt er een gemoderniseerde bepalingsmethode. Deze sluit beter aan op het gemiddeld werkelijk energiegebruik en maakt de energieprestatie van gebouwen inzichtelijker en realistischer.

Aansluiting op praktijkgebruik

De nieuwe methode krijgt een realistischer inschatting van de vaste en forfaitaire (vooraf bepaalde geschatte) waarden. Daardoor sluiten berekeningen beter aan op het gemiddelde gebruik en ontstaat een realistischer beeld van de energieprestatie.

Berekeningen per uur

De methode rekent per uur in plaats van per maand. Dat geeft meer inzicht in pieken en dalen in energiegebruik, het effect van opslag en het risico op oververhitting.

Nauwkeuriger rendement van installaties

De berekening van installaties houdt beter rekening met prestaties bij deellast. Bij deellast draait de installatie niet op maximaal vermogen. Dit sluit aan op Europese producteisen en maakt energiebesparende keuzes beter zichtbaar.

Rekening houden met toekomstig klimaat

De methode gebruikt nieuwe klimaatgegevens die beter passen bij de verwachte situatie in Nederland. Omdat het warmer gaat worden neemt de koelbehoefte toe en de warmtebehoefte af.

Nieuwe indicatoren en toepassingen

De bepalingsmethode ondersteunt daarnaast verschillende beleidsinstrumenten, zoals het energielabel, het woningwaarderingsstelsel en leennormen. Er wordt nog bekeken welke nieuwe indicatoren het mogelijk maken deze instrumenten beter af te stemmen op hun doel.