Er komen nieuwe eisen voor het opwekken van zonne-energie via installaties op gebouwen. De vernieuwde richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen (EPBD IV) schrijft voor dat gebouwen geschikt moeten zijn voor het opwekken van zonne-energie. De regels worden sinds 29 mei 2026 de komende jaren stapsgewijs ingevoerd.
Nieuwbouw
Nieuwe gebouwen moeten zo worden ontworpen dat ze via installaties zonne-energie kunnen opwekken, of zodanig dat het toevoegen van die installaties op een later moment kan. Er wordt een verplichting opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving dat hiermee rekening wordt gehouden in het ontwerp. Tot 1 januari 2030 blijven de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) gelden. Daarna wordt zonne-energie meegenomen in de nieuwe eisen voor emissievrije gebouwen (ZEB).
Bestaande utiliteitsgebouwen
Bestaande utiliteitsgebouwen moeten na een ingrijpende renovatie een minimale hoeveelheid hernieuwbare energie kunnen opwekken met een zonne-energie-installatie. Deze eis geldt ook als het om werkzaamheden gaat waar een vergunning voor nodig is, zoals werkzaamheden aan het dak of de installatie van een technisch bouwsysteem.
Bestaande overheidsgebouwen
Na een ingrijpende renovatie moeten overheidsgebouwen een minimale hoeveelheid hernieuwbare energie kunnen opwekken. Ook als er aan het gebouw werkzaamheden met een vergunning zijn uitgevoerd geldt deze regel.
Planning
De verplichting voor zonne-energie bij gebouwen verloopt stap voor stap:
- Vanaf 1 januari 2028: voor gebouwen groter dan 2.000 m².
- Vanaf 1 januari 2029: voor gebouwen groter dan 750 m².
- Vanaf 1 januari 2031: voor gebouwen groter dan 250 m².