Om je doelen te bereiken, de potentie te benutten en uitvoering te geven aan jouw visie werk je gericht beleid en maatregelen uit.

Na het doorlopen van deze stap heb je invulling gegeven aan hoe je als gemeente splitsen wil stimuleren en/of reguleren. Hierdoor weten woonpartners precies waar ze aan toe zijn bij initiatieven rondom splitsen.

Wat is uitvoering?

De stap ‘Uitvoering’ is de vertaling van visie naar beleid. Dit beleid geeft de kaders voor splitsen op diverse vlakken zoals de eerder genoemde bouwtechnische, planologisch-juridische, organisatorische, financiële en maatschappelijke aspecten. Het geeft invulling aan hoe potentie vanuit de brede visie op splitsen wordt ingevuld.

Wat te doen om de vorm van uitvoering te bepalen?

Om de uitvoering te bepalen wordt onderscheid gemaakt tussen wat je altijd moet doen en wat te overwegen valt.

Altijd doen

  • De thema’s aantal woningen per bouwvlak, parkeernormen, minimale woningoppervlakte en leefbaarheid meenemen als afweging bij het kopje “voorbeelden” hieronder.
  • Per afweging een keuze maken om te stimuleren, faciliteren of reguleren van woningsplitsen. Deze keuzes verwerken in het omgevingsplan en de huisvestingsverordening indien aanwezig in de gemeente. 

Overweeg te doen

  • De thema’s buitengebied, woningbouwprogramma en Verhuurderschap meenemen als afweging bij het kopje “voorbeelden” hieronder.
  • Een beleidsregel opstellen om de afwegingen en voorwaarden uit het beleid op woningsplitsen te verduidelijken aan initiatiefnemers, zeker als het tijdelijke omgevingsplan nog in ontwikkeling is.  

Wat zijn belangrijke afwegingen?

Bij het bepalen van de uitvoering van beleid op woningsplitsen zijn verschillende afwegingen.

Mate van sturing

De afwegingen binnen de thema’s die betrekking hebben op woningsplitsen kennen een bepaalde mate van sturing. Deze sturing kan stimulerend, faciliterend of regulerend van aard zijn. Hierbij gaat stimuleren over het zo makkelijk mogelijk maken van woningsplitsen. Faciliteren gaat over het mogelijk maken onder voorwaarden en reguleren gaat over beperkingen stellen aan woningsplitsen. Dit kan per onderdeel verschillen op basis van de doelstellingen en haalbaarheid van het splitsbeleid. Enerzijds kan een landelijke gemeente splitsen in het buitengebied beter mogelijk maken door het aantal zelfstandige woningen per bouwvlak onder voorwaarden te verruimen (faciliterend), maar parkeernormen te handhaven (regulerend). Op deze manier kan de leefbaarheid in het buitengebied verbeteren, terwijl de voorziening voor vervoer behouden blijft. Anderzijds kan een stedelijke gemeente woningsplitsen mogelijk maken door parkeernormen te verlagen (stimulerend), maar een toets op leefbaarheid te handhaven (regulerend). Op deze manier kunnen betaalbare woningen worden toegevoegd, terwijl sociale overlast en clustering voorkomen wordt.

Evenredigheid

Bij het uitvoeren van beleid is het belangrijk dat de eisen die worden gesteld geschikt zijn om de ambitie met woningsplitsen te bereiken en niet verder gaan dan nodig is. Oftewel: stimuleren en faciliteren waar het kan en reguleren alleen als het écht moet. Een vergunningplicht of zelfs een verbod zijn krachtige instrumenten om grip te houden op splitsinitiatieven. Tegelijkertijd geldt: hoe meer regels, des te groter de benodigde uitvoeringscapaciteit van de gemeente én des te groter de kans dat initiatiefnemers met goede plannen afhaken. Juist door duidelijke voorwaarden te formuleren wanneer woningsplitsen wél mogelijk is, kunnen gemeenten sturen op kwaliteit en voorkomen dat ongewenste of illegale situaties ontstaan. Bovendien is bijsturen altijd mogelijk als er sprake is van een meldingsplicht voor initiatiefnemers, de raadsbevoegdheid wordt gedelegeerd aan het college en gebruik gemaakt wordt van de experimenteerbepaling onder de omgevingswet. Op deze manier ontstaat ruimte om te leren, bij te stellen en beleid aan te scherpen op basis van praktijkervaring.

Schaalniveau

De mate van sturing en evenredigheid vraagt om een bewuste vertaling in beleid naar schaalniveau. Beleidskeuzes op onderdelen zoals parkeren of minimale woningoppervlakte werken pas goed als ze op het juiste niveau worden toegepast. Gemeentelijk beleid biedt eenduidigheid en flexibiliteit: het maakt woningsplitsen eerder mogelijk en houdt handhaving overzichtelijk. Wel is aanvullende differentiatie op lager schaalniveau wenselijk om de spreiding van splitsinitiatieven te beïnvloeden. Beleid op wijk- en buurtniveau biedt grip op lokale problematiek, maar kent het risico van waterbedeffecten en arbitraire grenzen. Beleid op pandniveau geeft maximale controle, maar vraagt om veel capaciteit en belemmert splitsaanvragen. Kortom: kies het schaalniveau dat past bij de ambitie. Regel woningsplitsen op gemeentelijk niveau waar het kan en op lokaal niveau als het écht moet. Enerzijds kan een gemeente een generieke minimale eis stellen aan woningoppervlakte, maar dit verlagen (stimulerend) voor splitsen in de binnenstad waar kleinere woningen boven winkels wenselijk en haalbaar zijn. Anderzijds kan een gemeente de eis voor minimale oppervlakte juist verhogen (regulerend) voor wijken met al veel kleine woningen en waar de leefbaarheid onder druk staat.  

Wat zijn voorbeelden?

Matrix: ingrepen naar mate van sturing en mate van stedelijkheid
LandelijkStedelijk
Stimuleren / faciliteren
  1. Meerdere woningen per bouwvlak toestaan
  2. Splitsen aanjagen in het buitengebied
  3. Splitsen opnemen in een programma voor woningbouw of gebiedsverbetering
  1. Meerdere woningen per bouwvlak toestaan
  2. Parkeernormen versoepelen
  3. Minimale oppervlakte-eis verlagen
  4. Leefbaarheidstoets afschaffen of transparanter maken
  5. Splitsen opnemen in een programma voor woningbouw of gebiedsverbetering
Reguleren
  1. Splitsen inkaderen in het buitengebied
  2. Eisen stellen aan woningbouwprogramma
  1. Leefbaarheidstoets handhaven of invoeren
  2. Eisen stellen aan verhuurderschap