Planologisch-juridische haalbaarheid gaat over de inpassing van woningsplitsen in het geldende omgevingsplan en andere regelgeving dan wel beleidskaders.

Wat te doen om haalbaarheid te bepalen?

Om de planologisch-juridische haalbaarheid van woningsplitsen te bepalen wordt onderscheid gemaakt in wat je altijd moet doen en wat te overwegen valt. 

Altijd doen

  • Nagaan of woningsplitsen past binnen het omgevingsplan via het Omgevingsloket. Check of er meerdere woningen zijn toegestaan op één bouwvlak onder de functie ‘wonen’ en wat de minimale oppervlakte-eis is voor nieuwe woningen.
  • Kijk naar regels in andere beleidsstukken die de planologisch-juridische haalbaarheid van woningsplitsen beïnvloeden. Denk aan parkeernormen en aanvullende eisen in de huisvestingsverordening indien aanwezig.
  • Controleren in hoeverre woningsplitsen onderdeel is van het volkshuisvestingsprogramma en daaruit voortvloeiende prestatieafspraken. Bij inwerkingtreding van de Wet Versterking regie volkshuisvesting wordt beter benutten van de bestaande voorraad een verplicht onderdeel in het volkshuisvestingsprogramma.

Overweeg te doen

  • Vergelijk het eigen omgevingsplan met dat van andere gemeenten. Overweeg een “ja, mits principe” te hanteren om meerdere woningen op een bouwvlak onder voorwaarden toe te staan.
  • Tijdelijk afwijken van bestaande regels om splitsing te testen in een pilotgebied via de experimenteerbepaling onder de omgevingswet. 
  • Raadsbevoegdheid rondom woningsplitsen te verschuiven naar het college om sneller te kunnen inspelen op lokale ontwikkelingen en beleidsregels flexibel aan te passen zonder langdurige besluitvormingstrajecten. 

Wat zijn belangrijke afwegingen?

Bij het bepalen van de planologisch-juridische haalbaarheid zijn er verschillende afwegingen:

Aantal woningen per bouwvlak

Veel gemeenten staan per bouwvlak één woning toe in hun omgevingsplan. Dit belemmert woningsplitsen, omdat hiervoor dan een planologische afwijking in de vorm van een BOPA nodig is. Deze afwijking moet binnen vijf jaar opgenomen worden in het omgevingsplan als het de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (EFTAL) niet verstoort. Gemeenten die splitsen willen stimuleren doen er goed aan om in het omgevingsplan meerdere woningen per bouwvlak expliciet mogelijk te maken, al dan niet onder voorwaarden (ja, mits principe). 

Parkeernorm

Gemeenten hanteren vaak een parkeernorm waarbij elke zelfstandige woning moet beschikken over een eigen parkeerplaats. Bij woningsplitsen leidt dit tot extra parkeerdruk of de eis om op eigen terrein parkeerplaatsen te realiseren, wat in veel bestaande wijken lastig is. Met name op dichtbebouwde locaties met goed openbaar vervoer en doelgroepen met lager autobezit is afwijking van de parkeernorm wenselijk om woningsplitsen te stimuleren.

Leefbaarheid

Woningsplitsen zorgt ervoor dat er in wijken meer huishoudens bijkomen die gebruik maken van de openbare ruimte en voorzieningen. Dit kan leiden tot levendigheid en sociale cohesie maar ook tot overlast en druk op de leefomgeving. Om grip te houden op de leefbaarheid zijn er gemeenten die een leefbaarheidstoets hebben opgenomen in hun huisvestingsverordening. Het afschaffen van deze toets waar mogelijk of het omzetten naar meetbare criteria zoals minimale afstand tussen gesplitste woningen, helpt om de haalbaarheid van woningsplitsen te bevorderen. 

Schaarste woningvoorraad

Een structureel tekort aan woningen zorgt voor schaarste en vergroot daarmee de kans op prijsopdrijving of uitsluiting van bepaalde doelgroepen. Woningsplitsen draagt bij aan een groter aanbod van kleinere en betaalbare woningen. Tegelijkertijd kan het opkopen en splitsen van woningen de betaalbaarheid van gezinswoningen juist onder druk zetten. Om te sturen op de verdeling van schaarse woningen zijn er gemeenten die eisen stellen met een woningvormingsvergunning, verhuurdersvergunning of opkoopbescherming in hun huisvestingsverordening. Hoe meer vergunningen vereist zijn, hoe hoger de drempel voor initiatiefnemers én hoe groter de uitvoeringslast voor de gemeente. Kies daarom alleen voor extra vergunningplicht als dit echt noodzakelijk is om de druk op de schaarse woningvoorraad en leefbaarheid te verlichten. In andere gevallen geldt: hoe minder drempels, des te beter om woningsplitsen te stimuleren.

Op basis van deze planologisch-juridische aspecten bepaal je wat de haalbaarheid is om woningen te splitsen in de gemeente. 

Wat zijn voorbeelden?