Maatschappelijke haalbaarheid gaat over draagvlak voor woningsplitsen onder bewoners, in buurten en binnen de samenleving als geheel.

Wat te doen om haalbaarheid te bepalen?

Om de maatschappelijke haalbaarheid van woningsplitsen te bepalen, wordt onderscheid gemaakt in wat je altijd moet doen en wat te overwegen valt.

Altijd doen

  • Woonbehoeften in de gemeente scherp in beeld brengen. Dit gaat niet alleen over aantallen, maar ook over type woningen naar verschillende doelgroepen. Denk aan senioren, starters en andere aandachtsgroepen zoals statushouders.
  • Nagaan welke maatschappelijke uitdagingen woningsplitsen kan helpen oplossen, zoals minder woningtekorten, toekomstbestendig blijven woningen in de eigen buurt, mantelzorg mogelijk maken of leefbaarheid vergroten in vergrijzende gebieden.
  • Actief naar buiten communiceren wat woningsplitsen kan opleveren voor verschillende doelgroepen.
  • Borgen dat bewonersparticipatie onderdeel is van splitsbeleid en mogelijke pilots, in lijn met de participatieverordening die de gemeente opstelt op grond van de Wet versterking participatie op decentraal niveau.

Overweeg te doen

  • Bewonersbijeenkomsten organiseren over de mogelijkheden van woningsplitsen en om de interesse voor splitsen te peilen onder woningeigenaren. 
  • Handreiking participatie opstellen voor initiatiefnemers om weerstand en bezwaren van omwonenden te verminderen en zowel begrip als bekendheid voor woningsplitsen te creëren.
  • Samenwerken met maatschappelijke organisaties om splitsen in breder perspectief te plaatsen vanuit bijvoorbeeld zorg, welzijn of jongerenhuisvesting.

Wat zijn belangrijke afwegingen?

Bij het bepalen van de maatschappelijke haalbaarheid zijn er verschillende afwegingen:

Beeldvorming

Vanwege een gebrek aan goede praktijkvoorbeelden zijn de positieve effecten van woningsplitsen nog beperkt zichtbaar. Hierdoor worden vooral risico’s gezien, waarbij men als snel bang is dat wijken ‘te vol’ raken, terwijl huishoudensverdunning ertoe leidt dat er vaak juist minder mensen in de wijken wonen dan voorheen. Ook bestaan er vooroordelen onder woningeigenaren over doelgroepen die bestemd zijn voor de sociale huur. Gemeenten kunnen door geslaagde voorbeelden te delen de beeldvorming positief beïnvloeden en daarmee de haalbaarheid voor woningsplitsen vergroten.

Overlast

Bouwwerkzaamheden leiden in meer of mindere mate tot overlast voor bestaande bewoners en omwonenden. Daarnaast neemt het risico op overlast door geluid of parkeren toe als er meer mensen in een gebied komen te wonen. De wet op het overleg huurders verhuurders bepaalt dat een renovatievoorstel redelijk wordt geacht als ten minste 70% van de corporatiehuurders binnen een complex van minimaal tien woningen vrijwillig instemt. Zonder duidelijke meerwaarde voor bestaande bewoners zal er weinig draagvlak zijn. Gemeenten die woningsplitsen willen stimuleren, zouden actief moeten inzetten op participatie en communicatie door bewoners vroegtijdig te betrekken en de voordelen van splitsing te laten zien. Dit vergroot het draagvlak en verkleint de kans op vertraging door bezwaren.

Bezwaarprocedures

Gemeenten zijn vaak terughoudend met vergunningverlening voor splitsen uit vrees voor bezwaren van omwonenden, terwijl woningzoekenden in deze afweging nauwelijks in beeld zijn. Bezwaarschriften en mogelijke procedures kosten veel tijd en ambtelijke inzet. Hoewel vastgoedeigenaren bij meer dan 2% waardevermindering nadeelcompensatie kunnen eisen, maken zulke claims bij splitsbeleid juridisch weinig kans omdat zelden sprake is van onevenredige schade. Gemeenten die splitsen willen stimuleren zouden bezwaarprocedures niet op voorhand moeten schuwen, maar juist erop moeten anticiperen met een goed onderbouwd beleidskader. Dit beleidskader moet expliciet het maatschappelijke belang van splitsen benoemen om de juridische positie te versterken en bezwaren te weerleggen.

Op basis van deze maatschappelijke aspecten bepaal je wat de haalbaarheid is om woningen te splitsen in de gemeente. 

Wat zijn voorbeelden?

Terug naar stap 2