Wetsvoorstel voor verlengde begrenzing jaarlijkse huurstijging vrije sector naar Tweede Kamer

Huurders in de vrije sector bescherming blijven bieden tegen excessieve huurprijsstijgingen; dat is de insteek van de wijziging van de Wet maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde huurovereenkomsten die minister Hugo de Jonge gisteren naar de Tweede Kamer stuurde. Het voorstel houdt in om voor nog eens drie jaar een maximumgrens aan de jaarlijkse huurverhoging in de vrije sector te stellen. De maximaal toegestane huurverhoging in de vrije sector blijft gelijk aan de gemiddelde CAO-loonontwikkeling plus 1%. Die verlenging moet ingaan vanaf 1 mei 2024 en geldt dan de komende drie jaar tot 1 mei 2027.

Circa 640.000 huishoudens huren een huis in de vrije sector. Sinds 1 mei 2021 is de jaarlijkse huurverhoging die verhuurders aan deze groep huurders kunnen voorstellen, aan een maximum verbonden. Vóór 2021 ontbrak deze grens. Huurders kregen daardoor regelmatig te maken met forse huurprijsstijgingen.

 

Maximum geldt ongeacht afspraken in huurcontract

De begrenzing van de huurprijsstijging geldt ongeacht wat er in het huurcontract staat.  Bij geliberaliseerde huurcontracten kan de huurprijs alleen jaarlijks worden verhoogd als dit in het huurcontract is afgesproken. Als in het contract een hogere huurverhoging staat dan het wettelijk maximum, dan wordt deze door de wet beperkt tot het maximumpercentage. De huurder betaalt in dat geval geen hogere huurverhoging dan het jaarlijks vastgestelde maximum.
Als de verhuurder toch meer huurverhoging dan het wettelijk maximum vraagt en dat niet wil bijstellen, dan kan de huurder terecht bij de Huurcommissie.

Na twee jaar wordt de noodzaak voor de begrenzing opnieuw geëvalueerd. Uit evaluatie van de wettelijke begrenzing in 2023 bleek dat de noodzaak om een maximum te stellen aan de jaarlijkse huurverhoging, nog steeds aanwezig is.