Per 1 januari 2027 treedt de Wet modernisering servicekosten in werking. De wet wordt ingevoerd om meer duidelijkheid te geven wat servicekosten precies zijn. Doel is om huurders beter te beschermen tegen onduidelijke of onterechte kosten. Op deze pagina staat een aantal veelgestelde vragen over de nieuwe regels.
Veelgestelde vragen
Limitatieve lijst en regels voor berekening
De wet verduidelijkt welke kosten als servicekosten mogen worden berekend aan huurders. Alleen de zaken en diensten die in het Besluit servicekosten zijn opgenomen, mogen als servicekosten worden gerekend. Ook bevestigt de wet dat servicekosten een redelijke vergoeding moeten zijn voor de geleverde diensten.
In de ministeriële Regeling servicekosten zijn regels opgenomen hoe servicekosten berekend moeten worden. Per categorie gelden specifieke berekeningsregels. Daarnaast biedt de regeling duidelijkheid over de wijze waarop de kosten worden verdeeld onder huurders in situaties waarin sprake is van meerdere huurders.
Behandeling van zaken door de Huurcommissie
De Wet modernisering servicekosten verandert verder een aantal zaken voor geschillen die aan de Huurcommissie worden voorgelegd:
Collectieve verzoeken
De drempel voor een collectief verzoek bij de Huurcommissie wordt verlaagd. Huurders kunnen vanaf 1 januari 2027 makkelijker gezamenlijk een verzoek indienen om servicekosten te laten toetsen. De eis dat minimaal 50% van de huurders uit een wooncomplex moet deelnemen vervalt, waardoor ook een kleinere groep huurders een collectief verzoek kan starten. Ook de eis dat het moet gaan om een wooncomplex van minimaal 25 wooneenheden en het minimumbedrag van € 36 voor een collectieve zaak over de jaarafrekening servicekosten vervallen. Hierdoor kunnen huurders eenvoudiger en ook bij kleinere bedragen gezamenlijk de juistheid van servicekosten laten beoordelen door de Huurcommissie. De Huurcommissie zal voor de collectieve indiening van zaken een digitaal formulier beschikbaar stellen, waarmee huurders gezamenlijk een procedure kunnen starten.
Jaarafrekening servicekosten
Heeft de verhuurder geen jaarafrekening servicekosten aan de huurder gegeven? Of voldoet deze niet aan de wettelijke eisen? Dan kan de Huurcommissie vanaf 1 januari de jaarrekening vaststellen op basis van wettelijke normbedragen. In dat geval kunnen de servicekosten worden vastgesteld op een laag bedrag of zelfs op € 0,00.
Voorschotbedrag
Wil de huurder een voorschotbedrag laten toetsen? Dan kan de Huurcommissie dat vanaf 1 januari 2027 voor alle kostenposten doen. Het onderscheid tussen nutsvoorzieningen met een individuele meter en servicekosten wordt namelijk opgeheven. Voor één januari kan de Huurcommissie alleen het voorschot met betrekking tot de nutsvoorzieningen met een individuele meter toetsen.
Sluiten verhuurder en huurder op of na 1 januari 2027 een huurcontract af? Dan geldt voor hen de Wet modernisering servicekosten, het onderliggende Besluit (met limitatieve lijst) en de Regeling Servicekosten.
Is het verzoek op of na 1 januari 2027 gedaan?
De Huurcommissie past bij de behandeling van het verzoek de nieuwe regels toe.
Is het verzoek voor 1 januari 2027 ingediend?
Dan handelt de Huurcommissie het verzoek volgens de regels van vóór 1 januari af.
Voor huurcontracten die zijn afgesloten vóór 1 januari 2027 blijven de algemene, niet-limitatieve kaders gelden zoals opgenomen in de Wet en het Besluit servicekosten van vóór de inwerkingtreding van de aangepaste wet- en regelgeving. Dat betekent niet dat verhuurders vrij zijn om willekeurig kosten in rekening te brengen: ook onder dit regime mogen alleen kosten die als servicekosten kwalificeren worden doorberekend.
Er zijn geen servicekostenposten die onder het oude regime wel waren toegestaan en na 1-1-2027 niet meer. In de praktijk bleek dat verhuurders soms kosten rekenden die duidelijk niet onder servicekosten vallen, zoals voor fitnessfaciliteiten of bioscopen. Daarom is ervoor gekozen de wet- en regelgeving te verduidelijken en een limitatieve lijst van toegestane servicekosten op te nemen in de nieuwe regels.
Daarnaast kende het oude regime geen voorgeschreven rekenregels; daarin wordt met de nieuwe regeling wel voorzien. Verhuurder en huurder kunnen onderling afspreken om deze nieuwe regels ook op een bestaand (lopend) huurcontract toe te passen.
Verhuurders mogen overeenkomen met hun huurder(s) dat ze de nieuwe regels ook toepassen voor bestaande huurcontracten. Ze kunnen dit bijvoorbeeld met een novelle op de huurovereenkomst regelen. Het werken met één regime kan handig zijn omdat verhuurders dan niet met twee methodes hoeven te werken: zo blijft de manier van afrekenen binnen bijvoorbeeld één wooncomplex hetzelfde. Ook hebben huurders duidelijkheid over de servicekosten binnen hun wooncomplex.
De wet en het bijbehorende besluit en regeling treden op 1 januari 2027 in werking. Eerder is 1 juli 2026 gecommuniceerd, maar de nieuwe ingangsdatum biedt meer tijd voor de zorgvuldige invoering van het nieuwe stelsel. Ook wordt hiermee voorkomen dat het nieuwe stelsel gedurende het kalenderjaar wordt ingevoerd en verhuurders een ingewikkelde administratie moeten gaan bijhouden.
Zo kan de Huurcommissie voor huurders alle kosten uit het voorschot servicekosten beoordelen. Voor 1 januari 2027 kan de Huurcommissie alleen de kosten voor nutsvoorzieningen met een individuele meter toetsen.
Vóór 1 januari 2027 stelt de Huurcommissie zelf de betalingsverplichting van de huurder vast als de verhuurder geen (juiste) afrekening heeft opgesteld, maar wel de onderliggende facturen heeft aangeleverd. De Huurcommissie neemt daarmee feitelijk de afrekening over van de verhuurder.
Na de invoering van de Wet modernisering servicekosten op 1 januari 2027 doet de Huurcommissie dit niet meer. Als de verhuurder geen of een onjuiste afrekening verstrekt, neemt de Huurcommissie die taak niet over. In dat geval kunnen de servicekosten worden vastgesteld op een laag bedrag of zelfs op € 0,00.
De drempel voor een collectief verzoek bij de Huurcommissie wordt verlaagd. Huurders kunnen voortaan makkelijker gezamenlijk een verzoek indienen om servicekosten te laten toetsen. De eis dat minimaal 50% van de huurders uit een wooncomplex moet deelnemen vervalt, waardoor ook een kleinere groep huurders een collectief verzoek kan starten . Ook de eis dat het moet gaan om een wooncomplex van minimaal 25 wooneenheden en het minimumbedrag van € 36 voor een collectieve zaak over de jaarafrekening servicekosten. Hierdoor kunnen huurders eenvoudiger en ook bij kleinere bedragen gezamenlijk de juistheid van servicekosten laten beoordelen door de Huurcommissie.
De Huurcommissie zal voor de collectieve indiening van zaken een digitaal formulier beschikbaar stellen, waarmee huurders gezamenlijk een procedure kunnen starten.