Per 1 januari 2027 treedt de Wet modernisering servicekosten in werking. Doel is om huurders beter te beschermen tegen onduidelijke of onterechte kosten. De wet wordt ingevoerd om meer duidelijkheid te geven wat (woon)servicekosten precies zijn en legt vast dat verhuurders alleen nog servicekosten mogen berekenen die wettelijk zijn toegestaan. Ook bevestigt de wet dat servicekosten een redelijke vergoeding moeten zijn voor de geleverde diensten.
Limitatieve lijst met regels voor servicekosten
In het Besluit servicekosten, een Algemene Maatregel van Bestuur, is vanaf 1 januari 2027 een limitatieve lijst opgenomen van acht categorieën kosten die verhuurders als servicekosten mogen rekenen. Limitatief betekent dat de lijst gesloten is: wat er niet op staat, mag de verhuurder niet aan de huurder doorberekenen als servicekosten. Kosten voor bijvoorbeeld een gedeelde fitnessruimte vallen nooit onder servicekosten.
Regeling met rekenregels
De Regeling servicekosten van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geeft informatie die belangrijk is voor de juiste berekening van de servicekosten. Waar het Besluit bepaalt wat je mag berekenen, geeft de Regeling aan hoe je dat moet berekenen.
De regeling schrijft ook voor hoe kosten over meerdere huurders in een wooncomplex verdeeld moeten worden. En er worden voor sommige servicekostenposten maximumbedragen ingesteld. Tot slot legt de regeling normbedragen vast. Als een verhuurder geen (of een onvolledige) jaarafrekening aanlevert, gebruikt de Huurcommissie vaste en vaak lagere normbedragen uit de regeling om de afrekening bindend vast te stellen.