Als verhuurder of verhuurbemiddelaar moet je je aan landelijke regels houden om woondiscriminatie te voorkomen. De Wet goed verhuurderschap verplicht je onder andere om transparant te selecteren, objectieve en niet-discriminerende selectiecriteria te gebruiken en afgewezen kandidaten te informeren over waarom voor een andere kandidaat is gekozen. Je bent ook verplicht deze vastgelegde werkwijze openbaar te maken. Ook de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) en de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ) verbiedt discriminatie. Op deze pagina lees je hoe je de anti-discriminatieverplichtingen in de praktijk toepast.
Bepaal vooraf welke criteria relevant zijn voor de huur van de woning. De selectiecriteria moeten objectief en niet-discriminerend zijn. Dat betekent dat ze verband moeten houden met de verhuur van de woning en niet gebaseerd mogen zijn op persoonskenmerken zoals huidskleur, afkomst, geloof, gezondheid, of partnerkeuze.
Op het verbod op onderscheid bestaan enkele wettelijke uitzonderingen. Die zijn beperkt en gelden alleen in specifieke situaties.
De Wet goed verhuurderschap schrijft voor dat verhuurders en verhuurbemiddelaars een heldere en transparante selectieprocedure hanteren en de objectieve selectiecriteria communiceren als zij woonruimte openbaar aanbieden.
Leg daarom uit hoe je kandidaten selecteert en welke stappen je doorloopt. Een woningzoekende moet kunnen begrijpen waarop de selectie is gebaseerd. Vermeld welke criteria gelden, welke documenten je nodig hebt en hoe je omgaat met meerdere geschikte kandidaten.
Beoordeel alle kandidaten aan de hand van vooraf vastgestelde, neutrale criteria en pas dezelfde werkwijze op iedereen toe. Vraag alleen informatie die nodig is voor de selectie en voeg tijdens het proces geen nieuwe eisen toe. Zo verklein je de kans dat persoonlijke indrukken, aannames of onbewuste vooroordelen de uitkomst beïnvloeden.
Voldoen meerdere kandidaten aan de voorwaarden? Gebruik dan een vooraf bepaalde en neutrale manier om de keuze te maken. De uiteindelijke beslissing moet terug te voeren zijn op de vastgestelde selectieprocedure, zodat je ook achteraf objectief kunt uitleggen hoe de keuze tot stand is gekomen.
Leg aan afgewezen kandidaten uit waarom de woning aan iemand anders is verhuurd. De Wet goed verhuurderschap verplicht verhuurders en verhuurbemiddelaars om de keuze voor de huurder aan afgewezen kandidaat-huurders te motiveren. Een motivering hoeft niet uitgebreid te zijn. Het gaat erom dat je duidelijk maakt hoe de selectieprocedure tot de keuze heeft geleid.
Leg schriftelijk vast hoe je woondiscriminatie voorkomt en maak deze werkwijze openbaar. De Wet goed verhuurderschap verplicht verhuurders en verhuurbemiddelaars om een werkwijze te hebben die is gericht op het voorkomen van discriminatie. Daarin leg je vast welke maatregelen je neemt om discriminatie bij de verhuur te voorkomen.
Zijn er medewerkers betrokken bij het selecteren van huurders of het voorbereiden van huurovereenkomsten? Zorg dan dat zij weten wat de werkwijze inhoudt en hoe zij woondiscriminatie kunnen herkennen en voorkomen. De werkwijze moet actueel blijven. Als je in de praktijk merkt dat een onderdeel van de selectieprocedure tot problemen of onbedoeld onderscheid kan leiden, pas de de werkwijze daarop dan aan en informeer je de betrokken medewerkers.
Kijk niet alleen naar de selectie, maar ook naar wat een huurder met een handicap of chronische ziekte nodig heeft om de woning te kunnen gebruiken. Verhuurders hebben een verplichting om huurders met een handicap of chronische ziekte waar mogelijk te ondersteunen. Dit valt onder het begrip doeltreffende aanpassingen. Dat zijn maatregelen die nodig zijn om iemand met een beperking gebruik te laten maken van de woning. Zo moet de verhuurder het in principe goed vinden dat er een scootmobiel geparkeerd wordt in de gemeenschappelijke ruimte van een appartementencomplex.
Aan deze verplichting zijn grenzen. Een verhuurder hoeft bijvoorbeeld niet zonder meer grote bouwkundige of woon-technische aanpassingen uit te voeren. Ook veiligheid kan een reden zijn om een aanpassing niet toe te staan. Heeft de gemeente op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) bepaald dat de huurder recht heeft op een traplift? Dan moet de verhuurder wel meewerken.
Veelgestelde vragen
De regels voor het voorkomen van woondiscriminatie gelden voor verhuurders en verhuurbemiddelaars, waaronder verhuurbedrijven, woningcorporaties en particulieren die woonruimte openbaar aanbieden.
Er zijn beperkte uitzonderingen voor particuliere verhuurders. Zo kan bij het verhuren van een kamer in de eigen woning sprake zijn van een woning met een privékarakter, dan gaat het om hospitaverhuur. Ook voor woonruimte die een privépersoon alleen binnen het eigen netwerk aanbiedt, kunnen andere regels gelden. De aanbieding van de woonruimte is dan niet openbaar.
Een belangrijk uitgangspunt blijft: de huidskleur, etnische of culturele achtergrond mag nooit een reden zijn voor afwijzing. Onderscheid op grond van ras is nooit toegestaan.
De gemeente houdt bij private verhuurders en verhuurbemiddelaars toezicht op de regels uit de Wet goed verhuurderschap en kan handhavend optreden. De Autoriteit Woningcorporaties doet hetzelfde bij corporaties voor de Wet goed verhuurderschap.
Heb je vragen over je selectiecriteria of verhuurbeleid? Dan kun je terecht bij je brancheorganisatie of bij een antidiscriminatievoorziening (ADV). Via Discriminatie.nl kun je een ADV bij jou in de buurt vinden.
Je kunt je verhuurbeleid ook voorleggen aan het College voor de Rechten van de Mens. Het College kan op verzoek beoordelen of je beleid in overeenstemming is met de gelijkebehandelingswetgeving. Dit is gratis.