Hoe berekent het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)/Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) he t aantal woningen dat de aankomende jaren gebouwd moet worden? Welke factoren en ontwikkelingen worden meegenomen? Hieronder staat stap voor stap waar rekening mee gehouden wordt en hoe het benodigde aantal woningen wordt bepaald.

Infographic met de titel ‘Huishoudens en woningen 2026’. Links staat een groep mensen met daaronder de tekst ‘8,500 miljoen huishoudens’. Een grote pijl wijst naar rechts, naar een afbeelding van woningen en appartementen met daaronder de tekst ‘8,345 miljoen woningen’. De afbeelding laat zien dat er in 2026 meer huishoudens zijn dan woningen.

Om te berekenen hoeveel woningen er gebouwd moeten worden, heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)/Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) inzicht nodig in de ontwikkeling van het aantal huishoudens en van de woningvoorraad. In 2026 zijn er 8,5 miljoen huishoudens en 8,34 miljoen woningen in Nederland.

Infographic over de woningvraag in 2026. Van de 8,5 miljoen huishoudens wonen 7,881 miljoen in een woning en 619 duizend in bijzondere woonoplossingen. Daarnaast zoeken 359 duizend huishoudens een eigen woning en groeit het aantal huishoudens met 68 duizend. Samen leidt dit tot een woningvraag van 427 duizend woningen.

Van de circa 8,5 miljoen huishoudens woont 7,88 miljoen zelfstandig in een (eigen) woning. De resterende 619 duizend huishoudens wonen in bijzondere woonvormen: zij delen bijvoorbeeld een woning, wonen in een recreatiewoning of in leegstaand vastgoed zoals voormalig kantoorgebouwen en winkelruimtes. Van deze groep wordt aangenomen dat de huishoudens van 25 jaar en ouder (circa 359 duizend huishoudens) op zoek zijn naar een zelfstandige woning. Daarnaast zijn er de starters op de woningmarkt, zoals jongeren die zelfstandig willen gaan wonen of immigranten. Tot slot zijn er ook huishoudens die de woningmarkt verlaten, zoals emigranten of huishoudens die naar een verpleeghuis verhuizen. Door het verschil tussen starters en woningmarktverlaters komen er per saldo 68 duizend woningvragers bij. De woningzoekers (359 duizend) en de bijkomende starters (68 duizend) tellen samen op tot een totale vraag naar 427 duizend woningen.

Infographic over het woningaanbod in 2026. Van de 8,345 miljoen woningen zijn 7,881 miljoen bewoond. Van de 464 duizend niet-permanent bewoonde woningen zijn er 43 duizend beschikbaar; de rest is tijdelijk leegstaand of niet beschikbaar.

In Nederland staan ruim 8,34 miljoen woningen, waarvan er 7,88 miljoen bewoond zijn. De resterende 464 duizend woningen zijn niet beschikbaar of worden niet (permanent) bewoond. Een deel hiervan (113 duizend) staat tijdelijk leeg omdat de nieuwe bewoner nog moet verhuizen of de woning verbouwd wordt. Naar schatting zijn 308 duizend woningen niet beschikbaar omdat ze in gebruik zijn als tweede woning of worden bewoond door een institutioneel huishouden, zoals een begeleid wonen traject. De overige 43 duizend woningen staan langer dan een jaar leeg en zijn beschikbaar voor bewoning.

Infographic over het woningtekort in 2026. De woningvraag bedraagt 427 duizend woningen, terwijl 43 duizend woningen beschikbaar zijn. Hierdoor ontstaat een woningtekort van 384 duizend woningen.

Er zijn in 2026 circa 427 duizend woningvragers en 43 duizend beschikbare woningen, waarmee het statistische woningtekort uitkomt op 384 duizend woningen. Dat is een tekort van 4,6% ten opzichte van de totale voorraad. Dit tekort is gebaseerd op actuele statistieken over huishoudens, hun woonsituatie en de woningvoorraad. Daarom wordt gesproken over het statistisch woningtekort. Het tekort wordt gezien als een indicator voor de spanning op de woningmarkt. Hoe hoger het tekort, hoe groter de spanning. Het is niet nodig om het tekort terug te brengen naar 0 woningen, dan kan er bijvoorbeeld leegstand ontstaan. Als het tekort rond de 2% ligt, is er sprake van een acceptabele spanning op de woningmarkt. Om dit niveau te bereiken zijn er op dit moment 213 duizend woningen extra nodig.

Infographic met prognoses voor 2026–2041. De bevolking groeit van 18,139 naar 19,198 miljoen inwoners en het aantal huishoudens van 8,5 naar 9,295 miljoen.

Om de woningbouwopgave voor de aankomende jaren te bepalen wordt met de Primos-prognose gekeken wat de verwachte toename van de bevolking is, hoeveel het aantal huishoudens toeneemt en hoeveel extra woningen vervolgens nodig zijn om de groei van het aantal huishoudens op te vangen. De Primos-prognose is opgesteld op basis van de Nationale Bevolkingsprognose van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In de komende vijftien jaar groeit het aantal inwoners met circa 1,06 miljoen personen en het aantal huishoudens met 795 duizend. De benodigde groei van de woningvoorraad wordt hierop afgestemd, maar is niet exact gelijk. Een deel van de huishoudens kiest immers bewust voor een gedeelde woning of een niet-woning, zoals een woonboot of woonwagen.

Infographic over de prognose van de woningvoorraad 2025–2040 met toename door nieuwbouw, splitsing en transformatie en afname door sloop en samenvoeging.

Voor de Primos-prognose maakt ABF een inschatting van de woningbouw gebaseerd op indicatoren en ontwikkelingen. In de komende vijftien jaar komen er naar verwachting bijna 1,2 miljoen woningen bij door nieuwbouw, het splitsen van woningen, optoppen en door de transformatie van bijvoorbeeld oude kantoorpanden en leegstaande winkels naar woningen. ABF Research verwacht dat er in 2027 100.000 woningen worden gerealiseerd. Daarna zakt de productie weer wat terug naar ruim 90.000 per jaar, zo is hun verwachting.. Waar en wanneer die woningen gebouwd worden is onder meer afhankelijk van de regionale woningbouwprogramma’s, de woningbouwplannen en de productiecapaciteit van de bouwsector. Tegelijk verdwijnen er naar schatting ook 168 duizend woningen door sloop en samenvoeging van woningen. Dit resulteert in een netto groei van de woningvoorraad van circa 1 miljoen woningen tot aan 2041. Naar verwachting is er dan een woningvoorraad van bijna 9,37 miljoen woningen.

Infographic over de woningvoorraad tussen 2026 en 2041. De voorraad groeit van 8,345 naar 9,371 miljoen woningen, een netto toename van 1,026 miljoen woningen door nieuwbouw, splitsing en transformatie, minus sloop en samenvoeging.

Het statistisch woningtekort is voor het tweede jaar op rij licht gedaald. In 2024 was het tekort 4,9%, in 2025 4,8% en in 2026 is het gedaald naar 4,6%. De verwachting is dat het woningtekort gestaag blijft dalen. Er wordt gestreefd naar een woningtekort van 2%, dan is er sprake van een zekere mate van balans op de woningmarkt. Op basis van de huidige uitgangspunten verwacht ABF dat in 2041 het tekort net onder de 2% ligt. Bij de bouw van 100.000 woningen per jaar wordt er rond 2034 een evenwichtig niveau verwacht. Het statistisch woningtekort is een indicator voor de spanning op de woningmarkt. Bij een tekort van 0% is bij wijze van spreken voor elke woningzoekende direct een woning beschikbaar. Te veel aanbod van huizen, als er sprake is van een woningoverschot, kan voor negatieve effecten zorgen zoals leegstand en risico op achterstallig onderhoud en verpaupering. Te weinig aanbod leidt tot meer woningdelers, langere wachttijden sociale huur, oververhitting en een opdrijvend prijseffect.