Kristel Lammers is kwartiermaker Nationale Aanpak Funderingen. In deze blog laat zij zien dat we anders, collectiever en realistischer naar de toekomst van ons huis moeten gaan kijken.

Kristel Lammers

Een weidse blik 

Geratel uit de motor. Het gas neemt niet op. Ik rijd op de A73 bij Nijmegen, het lukt maar net om veilig naar de vluchtstrook sturen. Een klein half uur later komt een man van Rijkswaterstaat om ons weg te slepen. De volgende ochtend belt de garage: de distributieketting is geknapt, de motor aan gort geslagen. De auto is total loss. Iedereen snapt dat hiervoor geen compensatie bestaat. En dat de verzekering het niet dekt. De distributieketting zou levenslang meegaan, toch ging hij stuk. Dikke pech is het. 

Wat als het niet om je auto, maar om je huis gaat? Ik kreeg laatst een brief van een eigenaar met funderingsschade. Is er subsidie voor herstel? Het komt steeds vaker voor dat woningeigenaren te maken krijgen met funderingsschade. En dan geld vragen aan de overheid omdat ze de funderingsschade niet zelf hebben veroorzaakt.

Wanneer de overheid mede-veroorzaker is van funderingsschade, is financiële compensatie mogelijk. Bijvoorbeeld in veenweidegebieden. Maar in de meeste gevallen zijn woningeigenaren zelf aan zet. Funderingsproblemen ontstaan door een samenspel van factoren: bouwjaar, bodemdaling, schommelingen in grondwaterstanden en klimaatverandering. De combinatie verschilt per huis. Huizen zijn niet gebouwd voor de eeuwigheid. In principe moeten ze 50 jaar kunnen meegaan. In onze rivierdelta is de bodem voortdurend in beweging, vooral veen en klein zijn geen stabiele ondergrond. 

Wel is de Nederlandse polder een wonder van samenwerken en beheersing. Al eeuwen gaat het behoorlijk goed, de grote watersnoodrampen daargelaten. Maar de bodem daalt, de zeespiegel stijgt en we hebben steeds vaker extreem weer met piekbuien en lange periode van droogte. Deze nieuwe werkelijkheid dwingt ons om anders naar ons huis te kijken. Van focus op mooi, comfortabel wonen en overwaarde, naar hoe breng ik mijn huis veilig en duurzaam de toekomst in, en behoudt het daarmee z’n waarde? In delen van het land zijn mensen dit van oudsher al meer gewend. Op werkbezoek in Friesland hoorde ik dat elke generatie vroeger werk had om de fundering onder de boerderij te onderhouden.

In de Nationale Aanpak Funderingen zoeken overheden, kennisinstellingen, aannemers, hypotheekverstrekkers, makelaars, taxateurs en andere partijen naar oplossingen voor eigenaren. Met het doel eigenaren te ondersteunen bij onderzoek en herstel. Ook onderzoeken ze de mogelijkheden voor voorkomen of vertragen van schade aan funderingen en manieren om de bewustwording te vergroten. Zonder angst aan te wakkeren, maar met perspectief om de problemen behapbaar te maken. Denk aan betere informatie bij aankoop van een huis (wat weet je over de fundering?), procesbegeleiding voor eigenaren die herstel nodig hebben en gebiedsgerichte aanpakken (verduurzaming, warmte, riolering, klimaatadaptatie). 

Een handboek voor dit alles is er niet, het is ‘multi-causaal en multi-actor met ook nog verschillen in urgentie en gebieden’. Nou, dan weet het je wel. Met een knipoog naar het rapport ‘De olifant onder de kamer’ van ABDTOPConsult, denk ik dat we de olifant in stukjes moeten opeten. Het begint met bewustwording, publieke informatievoorziening organiseren, woningeigenaren ondersteunen met kennis, een financieel vangnet en leren van de complexe praktijk in zes gebieden waar diverse zaken samenkomen: fundering, warmte- en energietransitie, riolering, klimaatadaptatie, leefbaarheid, gezondheid, etcetera.

Hoe, dat gaan we samen uitvinden. Wat is individuele verantwoordelijkheid? Wat doen we collectief? Wie neemt welke rol? Het vraagt een weidse blik, met openheid voor elkaars perspectief en veel afstemming. Daar komen we vast wel uit in het land waar het polderen is uitgevonden.