Kristel Lammers is kwartiermaker Nationale Aanpak Funderingen. In deze blog benadrukt zij dat we onze krachten moeten bundelen om funderingsproblemen de baas te worden.
Kristel Lammers
Lapjesolifant
Hoe we het fiksten, kan ik me nu niet meer voorstellen. Naast het werk en een meisje van twee, een uitgewoond huis uit 1880 opknappen. We sloopten verlaagde schrootjesplafonds, vernieuwden vloeren, de keuken en badkamer, wc’s, en we brandden de lagen verf van deuren en kozijnen. Op de lange klusdagen was Manon bij opa en oma. Slapend legden we haar ’s avonds laat in het autostoeltje, de lapjesolifant van zachte flanel tegen haar rozige wangetje.
Na de gascrisis van 2022 kwam de volgende megaklus. Dakisolatie, voorzetmuren, zonnepanelen, dubbel glas, de hele santenkraam. Wekenlang werklieden over de vloer, nóg een hypotheek, maar nu was het huis af. Zo leek het, maar sinds ik begon als kwartiermaker Nationale Aanpak Funderingen dwaalt m’n geest. Is het mooie oude huis dat we zo moeizaam op de tijd veroverden, wel stevig gegrondvest?
In het rapport ‘De olifant onder de kamer’ geeft Erik Jan van Kempen van ABDTOPConsult bouwstenen voor de nationale aanpak. Het is nodig, naar schatting hebben 425.000 woningen in Nederland funderingsschade, waarvan 80.000 ernstig en 25.000 zeer ernstig. De problemen worden erger doordat woningen ouder worden en doordat in de Nederlandse Delta de bodem zakt. Ook klimaatverandering speelt een rol. Onlangs was ik in de gemeente Lingewaard op bezoek bij mensen van wie het huis verzakte door krimp in de rivierklei, na een extreem droge zomer. Wat is dat ontzettend ingrijpend.
Als de fundering van je huis niet goed is, wankelt je bestaan. De ‘olifant onder de kamer’ zal meer in het spotlicht komen te staan, maar hoe doen we dit zonder dat paniek ontstaat? Een groot deel van de huizen waarin we wonen is van voor 1970. Je huis onderhouden past in ‘goed huisvaderschap’, maar funderingsproblemen kun je niet in je eentje oplossen. Het vraagt kennis, geld, samenwerking en afstemming met buren, de gemeente en herstelbedrijven. Soms spelen er ook nog andere opgaven in de buurt, zoals riolering of energie-infrastructuur.
Als zes mensen met een blinddoek elk een deel van de olifant betasten, krijg je losse gezichtspunten. Het is belangrijk om alle perspectieven te combineren om zicht te krijgen op wat het beste is om te doen in een buurt en voor huiseigenaren. Met de nationale aanpak willen we de krachten bundelen: van overheden, kennisinstellingen, financiers en bouwers. De aanpak is gericht op bewustwording bij eigenaren, kopers, vve’s en gemeentebestuurders. Op het bieden van toegankelijke informatie over de staat van de fundering, overzicht van financieringsmogelijkheden, en dat voldoende vakmensen worden opgeleid. Zo willen we gedupeerde huiseigenaren perspectief bieden en kopers de mogelijkheid om na te gaan of de fundering van het pand in orde is voor de koop. Als dit allemaal lukt, zal het nog niet al het ongemak en gedoe wegnemen.
Sinds oktober oriënteer ik me, op hoe te komen tot een gezamenlijke aanpak. Welke mensen weten wat allemaal al? Al ruim tien jaar is er ervaring opgedaan in bijvoorbeeld Zaanstad, Gouda en Dordrecht. Nu is het tijd om kennis te bundelen, fondsen te vormen en technische innovatie aan te jagen. Dat gaat niet in één magistrale beweging, we gaan – om met veranderprofessor Hans Vermaak te spreken – spreiden, schakelen en spitten. Kennisdelen binnen en buiten beroepswerelden, en waar nodig regels veranderen.
De olifant is zoals die van Manon. Gemaakt van lapjes flanel in veel kleuren, de oren afgewerkt met een festonsteek. Manon kriebelde met de losse draadjes geruststellend haar neus. Geen idee eigenlijk waar de lapjesolifant gebleven is. Als ‘ie in vredesnaam maar niet onder de kamer zit!