Met het Bouwmaterialenakkoord zetten de Nederlandse bouwmaterialenindustrie en het Rijk de stap naar een toekomstbestendige en efficiënte bouwsector. Het akkoord draagt bij aan het beperken van de milieu-impact en het toewerken naar een circulaire bouweconomie, waarin secundaire grondstoffen beter beschikbaar zijn, het gebruik van primaire grondstoffen afneemt en afval wordt geminimaliseerd.

De bouw-, renovatie- en verduurzamingsopgave leiden tot een groeiende vraag naar grondstoffen en materialen. Deze opgave heeft een substantiële impact op het milieu. Daarnaast zorgen Europese regelgeving, geopolitieke spanningen, internationale concurrentie en klimaatverandering voor een versterkte prijsontwikkeling van bouwmaterialen. Met het Bouwmaterialenakkoord trekt het Rijk samen met de bouwmaterialenindustrie op om zich hierop voor te bereiden en te werken aan een toekomstbestendige sector.

Wat is het Bouwmaterialenakkoord?

In het najaar van 2025 ondertekenden 14 materiaalketens, diverse brancheverenigingen en de ministeries van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO), Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Klimaat Groene Groei (KGG) het Bouwmaterialenakkoord. In dit akkoord staan afspraken  die de bouwsector helpen om voor te bereiden op Europese regelgeving en haar ambities te realiseren om de uitstoot te verlagen, de beschikbaarheid van grondstoffen te vergroten en milieuschadekosten in de materiaalketens zo veel mogelijk te vermijden. Dit draagt bij aan een gezonde leefomgeving en verkleint de afhankelijkheid van niet-Europese landen.

De doelen van het akkoord zijn:

  1. Het verminderen van de milieu-impact en emissies van bouwmaterialen
  2. Het verkleinen van de afhankelijkheid van niet-Europese grondstoffen
  3. Het creëren van randvoorwaarden voor verduurzaming binnen de bouwmaterialenindustrie

Het akkoord sluit aan bij de doelen van het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) en het klimaatbeleid van het Rijk.

Hoe werkt het in de praktijk?

Elke materiaalketen heeft een routekaart opgesteld met ambities en acties om de doelen van het akkoord te behalen. Het Rijk en de brancheverenigingen ondersteunen de materiaalketens bij het opstellen en uitvoeren van de routekaarten en zetten zich in om de daarin opgenomen ambities te realiseren. Daarnaast komt er een monitoringstrategie om de doelen en afspraken van het akkoord te monitoren, zodat we jaarlijks kunnen volgen wat er gebeurt en waar bijsturing nodig is.

Samenwerking en innovatie

Verduurzaming vraagt om samenwerking, kennisdeling en innovatie. Daarom zetten de betrokken partijen in op:

  • Het formaliseren van samenwerking met een stuurgroep en een secretariaat
  • Het uitvoeren van verkenningen en onderzoeken
  • Het ontwikkelen van een monitoringstrategie
  • Het oprichten van een kennis- en innovatieplatform

Zo bouwen we samen aan een toekomstbestendige en efficiënte bouwsector.