De woningnood raakt veel verschillende mensen. Van jonge gezinnen die geen passende starterswoning kunnen vinden en senioren die moeilijk kunnen doorstromen naar een seniorenwoning tot volwassenen die noodgedwongen weer bij hun ouders moeten wonen. Hieronder vertelt Evelien haar verhaal. Evelien is op zoek naar een sociale huurwoning om met haar zoon te wonen. 

Evelien in de deuropening van haar woning

“Ik woon al twaalf jaar in Leiden, in een appartement van 20 vierkante meter. Ik ben hier terechtgekomen nadat ik uit een gewelddadige relatie ben gestapt. We hebben samen een zoontje en ik wil graag dat hij bij mij komt wonen. Nu woont hij nog bij mijn ex-partner, want bij mij is er geen ruimte. Ik heb twaalf jaar inschrijftijd opgebouwd, maar door de huidige regelgeving lukt het me niet om een sociale huurwoning met twee slaapkamers te vinden. Ik wil mijn zoontje een eigen kamer kunnen geven en zelf ook een slaapkamer hebben. Soms voelt het alsof ik veeleisend ben. Dat het raar is dat ik meer ruimte wil. Mijn zoon zou nu op de bank kunnen slapen, maar dat wil je toch niet voor je kind?

De regels zijn heel zwart-wit: een tweeslaapkamerwoning moet 50 procent van de tijd worden bewoond door twee mensen. Nu haal ik dat niet, omdat mijn zoontje maar twee dagen per week bij mij is. Ik ben aan het strijden voor meer dagen en zou over een jaar wél kunnen voldoen aan die eis. Waarom kijkt een woningcorporatie daarom niet naar mijn toekomstperspectief? Dat voelt heel frustrerend.”