Op het voormalige Wilhelmina Gasthuis-terrein in Amsterdam bouwt Energiecoöperatie Ketelhuis WG aan een eigen collectief warmtenet voor de buurt. Daarvoor werken ze samen met de gemeente, woningcorporatie Stadgenoot en het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AVG). Wat is er nodig om een bewonersinitiatief in de warmtetransitie te laten slagen? Annette Schermer van Ketelhuis WG en Veerle Valkema van de gemeente Amsterdam delen hun ervaringen.

Veerle Valkema van Gemeente Amsterdam (links) en Annette Schermer, een van de initiatiefnemers (rechts)

Het voormalige Wilhelmina Gasthuis-terrein in Amsterdam-West: een oud ziekenhuisterrein met onder meer een theater, school, woningen, cafeetjes en ateliers. Annette Schermer woont er al 40 jaar. Eind 2018 richtte ze samen met negen buurtbewoners een eigen energiecoöperatie op om hun buurt te verduurzamen. “We wilden van het aardgas af, maar in Amsterdam wordt nu eerst de Ring onder handen genomen. Daarna zijn wij pas aan de beurt. We hadden geen zin om 20 jaar te zitten wachten. Die verduurzaming moest sneller kunnen.”  

Van bewonersinitiatief naar slim energiesysteem

Annette is voorzitter van Energiecoöperatie Ketelhuis WG en had daarvoor al ervaring met het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed in Den Haag. Veel andere buurtbewoners hadden toevallig ook relevante ervaring in de energietransitie. Al snel ontstond een groep met verschillende expertises: techniek, vastgoed, communicatie, financiën en bewonerscontact. “We hebben eerst een aantal bewonersavonden georganiseerd en daar kwam al snel veel mensen op af. Daarna hebben we adviesbureaus, installateurs en aannemers uitgenodigd om te onderzoeken of onze oplossing überhaupt zou kunnen werken.”

Het idee? De warmte van de zon wordt via aquathermie uit het nabijgelegen Jacob van Lennepkanaal gehaald en opgeslagen in een warmte-koudeopslag (WKO) op 200 meter diepte. Via vier grote collectieve buurtwarmtepompen wordt het opgewarmde water via leidingen naar de gebouwen gebracht. Uiteindelijk worden de cv-ketels van alle buurtbewoners vervangen door warmtewisselaars.

Subsidie voor duurzame initiatieven

Samen met externe partijen schreef de coöperatie een plan van aanpak: welke duurzame bronnen leveren voldoende capaciteit om de hele buurt te voeden? Hoe goed zijn de gebouwen eigenlijk geïsoleerd? Wat gaat het allemaal kosten? Om de haalbaarheid te onderzoeken, ontving de coöperatie een eenmalige gemeentelijke subsidie van 150.000 euro. Er volgde ook een bijdrage van de provincie. Daarna droeg de gemeente het initiatief voor als proeftuin binnen het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) waar een rijksbijdrage van ongeveer 7,7 miljoen euro uit volgde.

De gemeente is sinds het beginstadium bij het project betrokken, vertelt Veerle Valkema van de Gemeente Amsterdam. Veerle werkt als projectleider warmtetransitie aan het aardgasvrij maken van de bestaande stad, waaronder het warmtesysteem in het voormalige Wilhelmina Gasthuis. “In het begin vervulden we vooral de rol van subsidieverstrekker. Omdat het geld van de PAW niet voldoende bleek, hebben we in de ontwerpfase bijvoorbeeld een aanvullende subsidie van 1,5 miljoen euro vanuit het Klimaatfonds gedaan. De gemeente heeft ook een lening van 7,9 miljoen euro verstrekt. Met die twee bedragen hebben we als vangnet opgetreden.”

Volwaardige samenwerking

In het begin stond de gemeente als subsidieverlener meer op afstand: er lag een plan, er waren resultaten afgesproken en bij iedere volgende stap werd gekeken of zij een deel van de subsidie kon overmaken. Annette: “In de praktijk was dat minder overzichtelijk. Iedereen is aan het leren en je weet natuurlijk niet van tevoren wat de uitkomsten zijn. Voor de ene subsidie waren contracten nodig, maar die konden bijvoorbeeld pas worden gesloten als het ontwerp en de businesscase voldoende zeker waren.”

Om beter te kunnen overleggen, groeiden de partijen naar een governance-structuur met projectmanagers en een stuurgroep toe. Daarin zaten het KetelhuisWG, de gemeente, Stadgenoot en waterschap AGV. De gemeente is daarmee ook op inhoudelijk niveau betrokken geraakt. Veerle: “We zijn volwaardige samenwerkingspartners geworden. Zo konden we dicht bij elkaar blijven en waren we goed van elkaar op de hoogte.”

Aansluiting in stapjes

In februari 2026 is de coöperatie met de bouw van het project gestart: onder de grond is een technische ruimte gebouwd, vlak naast een flatgebouw en het kanaal. Op 200 meter diepte zijn vier grote putten gemaakt voor de warmte-koudeopslag. Er zijn grote ondergrondse leidingen geboord. Eind volgend jaar moet de volledige wijk op het warmtesysteem draaien.

Omdat KetelhuisWG als voorbeeld voor andere gemeenten wil dienen, hebben ze hun proces de afgelopen jaren goed vastgelegd. Op hun website leggen ze uit hoe het bij toekomstige projecten sneller, efficiënter en goedkoper kan. “We zouden nu bijvoorbeeld sneller een governance-structuur neerzetten”, zegt Annette. “En we zouden niet akkoord gaan met eenmalige subsidies zonder zo’n structuur. Dan raak je verzand.”

Balkonbingo en koffieochtenden

Voor andere gemeenten is de belangrijkste les misschien wel dat de samenwerking tussen de initiatiefnemers en de gemeente goed moet verlopen, benadrukken Annette en Veerle: er is één aanspreekpunt nodig, mandaat om beslissingen te nemen en ruimte om samen te leren. “Daarvoor zou een eenmalige subsidie beter kunnen worden vervangen door een gebiedsgerichte Rijkssubsidie in de ontwikkelfase. Tijdens de realisatie kan dan worden gewerkt met publieke financiering”, zegt Annette.  

Of ze nog tips voor andere duurzame initiatieven hebben? Volgens Annette begint alles bij een stevig draagvlak, want niet iedereen staat te springen om van het aardgas af te gaan. “We organiseerden jarenlang informatieavonden, ledenvergaderingen, kookworkshops op inductie, balkonbingo’s in coronatijd en koffieochtenden. Op een gegeven moment denkt de buurt: dit is echt een systeem van ons.”

Veerle: “Dat netwerk is de kracht achter dit project. Het werkt vaak beter als je buurman het verhaal vertelt dan wanneer een warmtebedrijf of gemeente dat doet. Tegelijk heeft een initiatief ook technische kennis, financiële kennis, communicatievaardigheden en organisatievermogen nodig. Met alleen twee techneuten kom je er niet.”