Veel gemeenten maakten de afgelopen jaren gebruik van de Woningbouwimpuls (Wbi): een regeling gericht op de versnelling van de bouw van meer en betaalbare woningen. Eén van die gemeenten is Nijmegen. Gebiedsmanager Paul Matthieu vertelt over zijn ervaringen.
Nijmegen staat voor een forse woningbouwopgave. De stad is qua inwonertal de negende van Nederland, maar heeft het op twee na grootste woningtekort. “De groeiende populariteit als studentenstad zorgt ervoor dat we een inhaalslag moeten maken”, vertelt gebiedsmanager Paul Matthieu. “Het treinstation en de directe omgeving spelen hierin een centrale rol. Bouwen rondom dit mobiliteitsknooppunt maakt het mogelijk de stad leefbaar en bereikbaar te houden.”
Omdat er in het stationsgebied nauwelijks ruimte is voor nieuwbouw, gaat de gemeente er flink verdichten. “We gaan de hoogte in. De komende jaren voeren we een gevarieerd hoogbouwprogramma uit, vooral gericht op studenten, starters en senioren.”
Meer dan stenen stapelen
Bouwen rondom een station is niet alleen een bouwlogistieke puzzel, maar stelt ook hoge eisen aan de openbare ruimte. Zeker in Nijmegen. “Als stad hebben we het VN-verdrag Handicap ondertekend”, legt Paul uit. “Dat betekent dat we streven naar een toegankelijke openbare ruimte, waarin iedereen mee kan doen. Omdat ons station is gebouwd op een uitloper van een stuwwal, is dat best een uitdaging. Het hoogteverschil tussen de oost- en westzijde van het station is ongeveer twaalf meter. Als je dan niet overal trappen en liften wilt maken, vraagt dat veel van het ontwerp.”

Gebiedsmanager Paul Matthieu
De introductie van de Woningbouwimpuls in 2020 kwam dan ook als geroepen. In tegenstelling tot eerdere stimuleringsregelingen voor woningbouw kon de Wbi óók worden ingezet voor de openbare ruimte en infrastructuur. Een goede keuze, volgens Paul. “Woningbouw is niet alleen stenen stapelen. Het creëren van de juiste voorwaarden is net zo belangrijk. Daarbij gaat het niet alleen om bereikbaarheid, maar ook om het realiseren van een aantrekkelijke én inclusieve leefomgeving.”
Nijmegen was een van de eerste gemeenten die destijds met BZK in gesprek ging over de Wbi. “Het voelde als pionieren”, herinnert Paul zich. “Het ministerie stond opvallend open voor suggesties en wilde niet te snel vastleggen waar de Wbi wel en niet voor ingezet zou kunnen worden. Daarmee wilde BZK echt iets toevoegen aan de versnelling van de woningbouw.”
Afspraken over betaalbaarheid
De Wbi-aanvraag van Nijmegen bestond uiteindelijk uit drie projecten. Twee daarvan zijn inmiddels in uitvoering, waaronder NimWest. Naast de bouw van een groot aantal woningen en short-stay appartementen omvat dit project de realisatie van parkeerplaatsen, winkels en een extra stationsentree.
Hoewel de ontwikkelaar al eigenaar van de grond was, kon de gemeente goede afspraken maken over de betaalbaarheid van een deel van de woningen. “Voor die appartementen kan de ontwikkelaar in de komende 25 jaar de huurprijs slechts verhogen tot een vastgesteld plafond.”

Hoewel de ontwikkelaar al eigenaar van de grond was, kon de gemeente goede afspraken maken over de betaalbaarheid van een deel van de woningen. “Voor die appartementen kan de ontwikkelaar in de komende 25 jaar de huurprijs slechts verhogen tot een vastgesteld plafond.”
De gemeente gebruikt de Wbi onder meer voor eerdergenoemde toegankelijkheid. “Er komt bijvoorbeeld een extra lift naar het stationsplein en op het maaiveld wordt alles drempelloos uitgevoerd. Voor de visueel gehandicapten komen er goed navolgbare geleidestroken in de openbare ruimte.”
Daarnaast financiert de gemeente er maatregelen mee gericht op klimaatadaptatie en het tegengaan van hittestress. “We vervangen stenen pleinen waar dat kan door openbaar groen. En brengen zogeheten ‘kratten’ aan onder de bestrating van het stationsplein. Daarmee kunnen we overvloedig regenwater opvangen en geleidelijk teruggeven aan de bodem.”
Maatschappelijke verantwoordelijkheid
Het zijn typisch de investeringen die moeilijk te verwachten zijn van private partijen, weet Paul. “Mede vanuit de Wet op de ruimtelijke ordening zijn ontwikkelaars altijd wel genegen om iets te investeren in de openbare ruimte, maar nooit tot op het niveau dat wij nodig vinden. Als gemeente heb je een duidelijke maatschappelijke verantwoordelijkheid. En je hebt te maken met sociale doelen die private partijen nu eenmaal minder hebben.”

Zodra duidelijk werd dat de gemeente het stationsgebied flink wilde gaan opknappen, toonden ontwikkelaars snel interesse om er vastgoed te gaan ontwikkelen. De Wbi bewees daarmee zijn waarde. “Dat merk je nu nog steeds. De zichtbare investeringen in de stationsomgeving leiden ertoe dat private partijen nieuwe initiatieven blijven nemen om woningbouw te ontwikkelen, in een steeds grotere ring om het station heen.”
Sociale cohesie
Op 1 september 2025 was minister Mona Keijzer aanwezig bij de start van de bouw van Nimwest, zeven jaar na de eerste planvorming. “In die periode hebben we het hele traject doorlopen, inclusief alle vergunningsaanvragen en het contracteren van de aannemer. Dat vinden we een hele snelle doorlooptijd. De Wbi heeft daaraan zeker bijgedragen.”
Intussen vorderen ook de voorbereidingen voor de bouw van Duet. Met steun van de Wbi moet dit de hoogste woontoren van Gelderland gaan worden. “In dit project denken we samen met de corporatie en studentenhuisvester na hoe we in dit gebouw ook de sociale cohesie kunnen stimuleren”, vertelt Paul. “Want hoe meer je de hoogte in bouwt, hoe meer mensen gebruik moeten maken van dezelfde beschikbare openbare ruimte. Ik vind dat je daar als gemeente goed over na moet denken. Hoe zorg je niet alleen voor meer woningen, maar ook dat mensen daar prettig met elkaar kunnen samenleven?”