In regio Holland Rijnland staan ruim 170.000 mensen op een wachtlijst voor een sociale huurwoning. Tegelijk zijn er elk jaar maar zo'n 4.000 woningen beschikbaar. Toch ziet de regio de implementatie van de Wet versterking regie volkshuisvesting als kans om wonen en maatschappelijke zorg aan elkaar te koppelen. En helder te maken dat mensen die een dak boven hun hoofd nodig hebben geen anonieme groep zijn: het zijn de eigen inwoners van Holland Rijnland. Strategisch adviseur Rose Snijders en beleidsadviseur Bianca Berends delen hun ervaringen.

Beeld: © Rijksoverheid

Adviseurs Bianca Berends en Rose Snijders

De regio Holland Rijnland is een samenwerkingsverband van dertien gemeenten rondom Leiden, Katwijk en Alphen aan den Rijn. Rose Snijders is strategisch adviseur wonen bij de regio en trekt vanuit haar organisatie de implementatie van de Wet versterking regie volkshuisvesting. Bianca Berends werkt als beleidsadviseur maatschappelijke zorg en houdt zich bezig met beschermd wonen en maatschappelijke opvang voor mensen die dak- of thuisloos zijn.

De regio heeft al een regionale urgentiecommissie en een contingentregeling. Vanuit de urgentieregeling krijgen bijvoorbeeld mantelzorgers en mensen met financiële problemen of ernstige medische klachten voorrang op een sociale huurwoning. “We hebben al een werkende structuur”, zegt Rose. “Maar de wet vraagt ons nu in kaart te brengen wie er verder nog tussen wal en schip valt. Dat zijn de wettelijke aandachtsgroepen die we nog niet allemaal in beeld hebben.”

Twee werelden leren samenwerken

Wonen en maatschappelijke zorg zijn van oudsher twee aparte werelden, met andere partners, andere bestuurders en andere brillen. Bianca: “Ik kijk vanuit mensen die geen woning meer hebben, hoe zij de wereld zien en waar ze tegenaan lopen. Rose kijkt vanuit de woningvoorraad. Dat zijn echt verschillende perspectieven.”

Beeld: © Rijksoverheid

Strategisch adviseur Rose Snijders

De samenwerking is de afgelopen anderhalf jaar flink gegroeid. “We merkten steeds meer dat het huisvestingsvraagstuk en het zorgvraagstuk met elkaar verbonden zijn,” zegt Rose. “Als iemand in een opvang zit en niet kan doorstromen naar een woning, dan stagneert het systeem en heeft die persoon er zelf het meeste last van.” Bianca vult aan: “Je kunt op straat niet goed werken aan je problemen. Een huis is niet alleen een huis – het is een veilige haven. Het geeft rust, regelmaat en ruimte om verder te kunnen komen.”

‘Wonen eerst’ als leidend principe

Vanuit die gezamenlijke overtuiging heeft de regio een bestuurlijke opdracht geformuleerd rond het principe ‘wonen eerst’. Eerst zorgen voor een stabiele woonsituatie, dan werken aan wat er verder speelt. “Dat klinkt simpel”, zegt Bianca, “maar het vraagt wel dat alle partijen – gemeenten, corporaties en zorginstellingen – dezelfde koers varen.”

Het draagvlak daarvoor is in Regio Holland Rijnland de afgelopen twee jaar stap voor stap opgebouwd. Er zijn sessies georganiseerd voor bestuurders van gemeenten, corporaties en zorgpartijen om inhoudelijk te verkennen wat de opgave vraagt. “We hebben echt de tijd genomen om bestuurders mee te nemen”, zegt Bianca. “om gezamenlijk te begrijpen waar we naartoe willen.” Dat heeft zijn vruchten afgeworpen: er is nu bestuurlijk draagvlak van gemeenten, corporaties en zorginstellingen.

Bestaande structuren benutten

Als het gaat om de Wet versterking regie volkshuisvesting kiest de regio er bewust voor om de nieuwe opgave zoveel mogelijk te laten landen in bestaande overlegstructuren. De regionale urgentiecommissie vergadert om de twee weken en er zijn uitvoeringsoverleggen tussen gemeenten, zorginstellingen en corporaties over woningtoewijzing aan mensen die een instelling verlaten. “We willen niet een nieuw circuit bouwen naast wat er al staat”, zegt Rose. “Als we kijken naar de Wet versterking regie volkshuisvesting benadrukken wij eerst: wat hebben we al? En wat moeten we aanpassen of uitbreiden?”

Beleidsadviseur Bianca Berends

Dat lukt beter als je weet om hoeveel mensen het gaat en ook wie die deze personen zijn. Daarom loopt er nu een onderzoek naar alle wettelijke aandachtsgroepen in de regio. Wie zijn deze personen? Waar wonen ze? Hoeveel zijn het er? De uitkomsten worden rond mei of juni verwacht. Pas daarna volgt het besluitvormingstraject, dat naar verwachting start na de gemeenteraadsverkiezingen en de vorming van nieuwe colleges.

Elke gemeente heeft zijn eigen verantwoordelijkheid

Een veelgehoord misverstand is dat dakloosheid en huisvestingsproblematiek alleen in grote steden spelen. Bianca: “Er is geen gemeente in onze regio waar dit niet voorkomt. Het kan iedereen overkomen: bij een scheiding, bij financieel verlies, bij ziekte. Iedere gemeente heeft ermee te maken en heeft daar een verantwoordelijkheid in.” De regio werkt dan ook gedecentraliseerd. Door het zo lokaal mogelijk inzetten van zorg en wonen. Wie in een gemeente zijn of haar woning kwijtraakt, gaat in principe terug naar die gemeente. “Mensen herstellen het snelst als ze dicht bij hun eigen netwerk blijven”, zegt Bianca.

Met de uitkomsten van het onderzoek kan de volgende stap worden gezet. Dan wordt duidelijk om hoeveel mensen het precies gaat en welke groepen nu nog buiten de bestaande structuren vallen. “Dan weten we ook wat we echt moeten aanpassen”, zegt Rose. “Tot die tijd bereiden we ons voor, voeren we gesprekken en zorgen we dat we er klaar voor zijn als de wet ingaat.”