Kristel Lammers is kwartiermaker van de Nationale Aanpak Funderingen. In deze blog reflecteert zij op wat ‘wennen’ aan klimaatverandering in de praktijk betekent. Van lage rivierstanden tot toenemende funderingsschade: zij beschrijft waarom steeds meer woningeigenaren met onzekerheid worden geconfronteerd en welke gezamenlijke opgave daaruit voortkomt.

Beeld: © Kristel Lammers
Nauwelijks komen er schepen onder de Martinus Nijhoffbrug doorgevaren. De Waal is een armetierig stroompje, aan weerszijden grote lappen droge rivierbedding. Ik ben onderweg naar Deurne, waar ik opgroeide. Op de brug bij Zaltbommel komt normaal altijd zachtjes het thuisgevoel op. Maar wat ik nu zie is unheimisch. Nooit eerder zag ik het water in de rivier zo laag.
‘Het is de koudste zomer van de rest van je leven,’ zegt David van Reybrouck op de radio. Hij bedoelt: wen er maar aan. De brug voelt ineens niet meer als de oversteek naar een vertrouwd vroeger, maar eerder naar een dreigend ongewisse. Wat betekent dat ‘wennen’? Ik moet denken aan de inwonersraadpleging over funderingsherstel. Het aantal woningen met funderingsproblemen neemt deze zomer door de droogte weer toe, maar wat weten inwoners eigenlijk? Welke steun vinden ze belangrijk bij funderingsschade? Hoe zetten we schaarse overheidsmiddelen in? Uit de reacties blijkt dat een flink deel van de bijna 3800 deelnemers funderingsschade koppelt aan keuzes van de overheid over het grondwaterpeil. Dat lijkt logisch, maar feitelijk kunnen de waterschappen dat peil op veel plekken maar minimaal beïnvloeden.
We zijn het historisch gewend dat slimme ingenieurs het water beheersen met sluizen, pompen, gemalen en stuwen. Maar de aanvoer van weinig rivierwater valt slecht te regelen. Evenmin is bodemdaling van veen en klei helemaal te stoppen. Of droogte, onophoudelijke plensbuien en de stijgende zeespiegel. Al jaren zeggen de waterschappen dat maakbaarheid beperkt is. Nu voelen we het. Het gouden mengpaneel bestaat niet, al puzzelen de waterschappen elke dag om het peil voor alle belangen zo goed mogelijk te regelen in het veranderende klimaat.
‘Wennen’ is dat het aantal woningen met funderingsschade toeneemt. Ook in bijvoorbeeld regio’s waar dit eerder niet aan de hand was. In de kleigebieden krimpt en verkruimelt de ondergrond bij langdurige droogte, in de natte tijd zwelt de grond weer op. Die beweging geeft scheuren en verzakkingen bij ondiep gefundeerde woningen. Een enorme strop voor de mensen die het treft.
Inwoners van de veengebieden in Noord-Holland, Zuid-Holland en Friesland zijn het al meer gewend. Ze ervaren het risico van funderingsproblemen in woningen van voor 1970. Paalrot, scheuren in muren en gevels, verzakte funderingen zijn daar al tientallen jaren aan de orde. Er zijn ook heel wat woningen hersteld. Gemeenten en marktpartijen ondersteunen eigenaren waar ze kunnen. Met informatie, kennis en soms gebiedsaanpakken. Maar eigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor hun woning boven én onder de grond.
Al staan eigenaren er niet alleen voor. De verwachte groei van bijna een half miljoen oudere woningen met funderingsschade in de komende tien jaar, is een grote, gezamenlijke zorg. In de Nationale Aanpak Funderingen werken we aan betere informatie, innovatie, onderzoek en kennisdelen. De Deltacommissaris deed een stevige oproep om ons land weerbaarder te maken voor extreme weersomstandigheden. Alles gericht op ‘wennen’, aanpassen en meebewegen met de veranderende werkelijkheid.
Wat is er ondergronds gaande? Is m’n huis toekomstbestendig? Het zijn verontrustende vragen waar steeds meer mensen mee te maken krijgen. Laten we ze onder ogen zien en doen wat we kunnen, ieder vanuit z'n eigen rol. En elkaar helpen waar het kan.