Minister Elanor Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft het ontwerp van het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw) voor advies naar de Raad van State gestuurd. Dit besluit werkt de regels uit die horen bij de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). Met die wet krijgen gemeenten concrete bevoegdheden om de lokale warmtetransitie voort te zetten, zoals het opstellen van een warmteprogramma en het inzetten van hun aanwijsbevoegdheid.

Beeld: © Rijksoverheid
De stap naar de Raad van State volgt op de voorhang in de Tweede en Eerste Kamer. Het advies van de Raad van State wordt verwerkt in het ontwerpbesluit. Daarna kan het besluit worden vastgesteld.
Over de wet en het besluit
Met de Wgiw moeten gemeenten uiterlijk in 2027 een warmteprogramma opstellen. Daarin geven zij voor de komende tien jaar per wijk, buurt of dorpskern aan of en hoe wordt overgestapt op duurzame warmte. Ook krijgen gemeenten een aanwijsbevoegdheid. Hiermee kunnen zij gebieden aanwijzen die van aardgas op een duurzame warmtebron overstappen.
In het Bgiw zijn de eisen en waarborgen voor deze instrumenten verder uitgewerkt. Zo moet de overstap betaalbaar zijn voor de bewoners in de wijk, buurt of dorpskern en moeten bewoners, bedrijven en andere betrokkenen voldoende tijd krijgen om zich voor te bereiden.
Verdere uitwerking
Onderdelen van het besluit worden verder uitgewerkt in de Regeling gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Rgiw), zoals de meet- en rekenvoorschriften die gemeenten gebruiken om de betaalbaarheid voor bewoners te berekenen. Deze regeling gaat nog in consultatie.