Het aantal woonwagenstandplaatsen is de afgelopen drie jaar licht gegroeid. In 2025 waren er in totaal 8.875 standplaatsen, 99 meer dan in 2022. De groei blijft daarmee achter bij de voorspelling. Gemeenten verwachten de komende 2 jaar wel met 340 nieuwe standplaatsen te komen. Minister Elanor Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) stuurde vandaag de derde herhaalmeting woonwagenstandplaatsen naar de Tweede Kamer.

Woonwagens in Zeist

Uit uitspraken van onder meer het Europees Hof voor de Rechten van de Mens volgt dat woonwagenbewoners het recht hebben om in een woonwagen te wonen. Zowel het Rijk als gemeenten moeten dat mogelijk maken. Het beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid geeft daar handvatten voor. De ontwikkeling van het aantal standplaatsen wordt door de minister van VRO gemonitord. 

Om de plannen voor nieuwe standplaatsen te realiseren, ondersteunt het Rijk gemeenten met financiering. Per standplaats is sinds 2026 een bijdrage van € 7.000 beschikbaar vanuit de Realisatiestimulans. Eerder verliep ondersteuning via de Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen. Hieruit is in 2025 voor 216 toekomstige standplaatsen subsidie toegekend.

Ook de wet Versterking regie volkshuisvesting moet een impuls geven aan de realisatie van nieuwe standplaatsen. Deze wet verplicht gemeenten afspraken te maken over de huisvesting van aandachtsgroepen, waaronder woonwagenbewoners. De Eerste Kamer behandelt de wet binnenkort. Streven is dat de wet op 1 juli 2026 in werking treedt.

Woningtekort

Net als bij andere soorten woningen is in Nederland een tekort aan woonwagenstandplaatsen. De realisatie van woonwagenstandplaatsen is daarbij extra complex vanwege de hoge kosten, onder andere door de benodigde grootte van de kavels. Gemeenten lopen daarnaast aan tegen een tekort aan locaties.