Bij de Provincie Zeeland is voor het versnellen van de woningbouw een nieuwe functie in het leven geroepen: de Regisseur Wonen. Samen met gedeputeerde Daniëlle de Clerck vertelt Regisseur Wonen Jeroen Verbeek hoe de nieuwe werkwijze zorgt voor meer vertrouwen bij álle partijen.
In Zeeland worden tot 2030 ruim 16.500 nieuwe huizen gebouwd. De provincie ligt op koers met de huidige Woondeal, maar weet ook dat de woningbouwopgave de komende jaren verder toeneemt. “Daarom blijven we werken aan verdere versnelling”, zegt Jeroen Verbeek. Hij is sinds eind vorig jaar als Regisseur Wonen bij de Zeeuwse versnellingstafels betrokken. “Als we op dezelfde manier doorgaan, lopen we uiteindelijk vertraging op. Daarom is deze functie in het leven geroepen: om aan de voorkant beter te organiseren wat nodig is om te versnellen.”
Van aanjagen naar regisseren
Jeroen is geen ‘aanjager’, maar ‘regisseur’. Dat is een bewuste keuze, vertelt hij. “Aanjagen werkt niet altijd goed als je met veel verschillende partijen om tafel zit. Het gaat erom dat je regisseert wat er besproken moet worden, welke partijen nodig zijn en hoe je tot gezamenlijke acties komt.”

Regisseur Wonen Jeroen Verbeek
Hij vat de nieuwe werkwijze in drie woorden samen: zicht, vertrouwen en versnellen. Eerst moeten partijen goed begrijpen wat ze samen willen bereiken. Daarna moet er vertrouwen ontstaan: komen we afspraken na en durven we eigen knelpunten open op tafel te leggen? “Pas daarna kunnen we echt versnellen”, zegt Jeroen.
Tijdens de versnellingstafels worden iedere keer concrete voorbeelden uit de praktijk besproken. Onder meer gemeenten, marktpartijen, woningcorporaties en zorgorganisaties brengen vraagstukken in waar zij in de praktijk mee worstelen. Aan tafel worden die besproken en gekoppeld aan actiepunten.
Leren van casussen uit de praktijk
Als voorbeeld noemt Jeroen de discussie over de zogenoemde donutdorpen: dorpen waarin nieuwe huizen aan de rand worden gebouwd terwijl de oude dorpskern steeds kwetsbaarder wordt. “Dat onderwerp kwam bij iedere versnellingstafel naar voren. In een kern als Axel of de gemeente Sluis ziet dat er natuurlijk anders uit dan in bijvoorbeeld Vlissingen of Middelburg. Maar de oplossingen zijn vergelijkbaar: je kunt bouwen voor het getal, maar een belangrijke vraag is: voor wie bouwen we en wat betekent dat voor de vitaliteit van een dorp of wijk?”
Volgens gedeputeerde Daniëlle de Clerck zit daar direct een bestuurlijke kant aan. “Tijdens de versnellingstafels zie je dat dezelfde vraag op meerdere plekken terugkomt. Dan is het mijn rol om dat te agenderen in bestuurlijke overleggen met wethouders. Wat zien we gebeuren? Wat willen we doen? En welke besluiten zijn daarvoor nodig?”

Gedeputeerd Daniëlle de Clerck
Kwetsbaarheid als voorwaarde
Een belangrijk deel van Jeroens werk gebeurt vóór de versnellingstafel. Hij bouwt aan een netwerk en bereidt gesprekken zorgvuldig voor. “Ik wil weten wat partijen drijft. Wat willen gemeenten, ontwikkelaars, corporaties, zorgorganisaties of makelaars bereiken? Als je die motivatie kent, kun je het gesprek beter richten op een gezamenlijke uitkomst.”
Bij de gesprekken over donutdorpen waren niet alleen gemeentes en bouwers belangrijke gasten, ook bleek het perspectief van een makelaar heel nuttig: zij zien welke behoeften er achter de voordeur leven. En een zorginstelling weet bijvoorbeeld weer welke voorzieningen in een gebied of wijk nodig zijn.
Juist die combinatie zorgt volgens Daniëlle voor versnelling van de Woondeals. “Je maakt je best kwetsbaar als je laat zien waar je zelf niet uitkomt. Maar als je dat deelt, kun je van elkaar leren. Dat is een randvoorwaarde om daadwerkelijk te versnellen.”

Inspiratie voor andere regio's
De Zeeuwse aanpak is geen blauwdruk voor heel Nederland, benadrukken Jeroen en Daniëlle. “Wat hier werkt, werkt misschien niet een-op-een in een stedelijke regio. Maar het principe is breder toepasbaar: breng de juiste partijen bij elkaar, zorg eerst voor zicht en vertrouwen en ga daarna pas versnellen. Daarbij is het niet voldoende om een onafhankelijke voorzitter neer te zetten. Als mensen elkaar niet vertrouwen of elkaars visie niet kennen, ligt er geen goede basis.”
Daniëlle voegt daaraan toe dat mandaat vanuit het college van de Gedeputeerde Staten essentieel is. “De regisseur moet door het college in staat worden gesteld om deze rol te vervullen. Dat maakt een wezenlijk verschil. Het laat ook naar buiten toe zien: dit is hoe wij de samenwerking willen organiseren.”