De komende jaren wordt een groot deel van de Nederlandse woningbouw gerealiseerd in de Nationaal Grootschalige Woningbouwgebieden. Tot en met 2034 gaat het om ongeveer 400.000 woningen, bijna 40 procent van de totale woningbouwproductie. Dat roept een belangrijke vraag op: hoe zorgen we ervoor dat de buurten die vandaag worden ontwikkeld ook in de toekomst leefbaar, veilig en aantrekkelijk blijven?
Meer dan woningbouw alleen
Voor het antwoord op die vraag wordt steeds vaker gekeken naar de ervaringen van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). In twintig stedelijke gebieden werken gemeenten, bewoners, woningcorporaties, maatschappelijke organisaties en het Rijk aan opgaven rond wonen, veiligheid, onderwijs, gezondheid en bestaanszekerheid. Juist omdat deze thema’s nauw met elkaar samenhangen, bieden de ervaringen uit het NPLV waardevolle inzichten voor gebieden waar de komende jaren op grote schaal woningen worden gerealiseerd.
Woningbouw maakt nadrukkelijk deel uit van die aanpak. Met de twintig gebieden zijn afspraken gemaakt om tot 2030 ongeveer 50.000 woningen te realiseren. Daarbij gaat het niet alleen om aantallen, maar ook om een gemengde woningvoorraad. Marjolein Cazemier directeur Verhuur & Wonen bij Ymere: “Wat we juist willen voorkomen, is dat mensen die klaar zijn voor een koopwoning vertrekken. Die wil je in de wijk houden.” Ook Chris Kuijpers, directeur-generaal Volkshuisvesting en Bouwen, ziet daarin een belangrijke opgave. “Ik wil bewoners niet de wijk uitjagen, maar ze er juist houden. Doorgroei moet je daarom in de wijk organiseren, zodat bewoners niet vertrekken omdat ze elders wel de kwaliteit vinden die ze in hun eigen wijk missen.”
Cazemier benadrukt dat door de bewoners te behouden ook de betrokkenheid bij de wijk toeneemt, met een positieve invloed op de leefbaarheid.
Volgens Cathelijne Bouwkamp, voormalig wethouder van Arnhem, draait het uiteindelijk om meer dan woningen alleen. “Als je investeert in veel woningbouw en sociaal beleid, maar niet zorgt voor een prettige leefomgeving en een aantrekkelijke buurt, mis je wat je echt nodig hebt.” Voor haar zijn fysieke investeringen en sociale vraagstukken onlosmakelijk met elkaar verbonden. “Vergeet nooit dat fysiek investeren op lange termijn een belangrijke bijdrage levert aan het oplossen van sociale problemen.”
Beeld: © Rijksoverheid
Chris Kuijpers, directeur-generaal Volkshuisvesting en Bouwen, in gesprek over de lessen uit het NPLV voor de grootschalige woningbouwgebieden. Naast hem zit Marjolein Cazemier, directeur Verhuur & Wonen bij Ymere.
Tempo maken zonder kwaliteit te verliezen
De Nationaal grootschalige woningbouwgebieden bieden volgens Bouwkamp een unieke kans om die lessen in praktijk te brengen. “Er worden miljarden geïnvesteerd door het Rijk op plekken waar die investeringen hard nodig zijn.” Die investeringen moeten volgens haar niet alleen voordelen opleveren voor toekomstige bewoners. “We moeten ervoor zorgen dat ook de huidige bewoners daarvan profiteren.” De druk om veel woningen te bouwen hoeft daarbij geen reden te zijn om kwaliteit los te laten. “Juist de noodzaak om te bouwen biedt een kans om te sturen op kwaliteit.”
Als Rijksbouwmeester en voorzitter van het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs (CRa) ziet Francesco Veenstra (die per 1 september 2026 wordt opgevolgd door Cécilia Gross, red.) dat de discussie over woningbouw vaak wordt gevoerd alsof kwaliteit en snelheid elkaar uitsluiten. Die spanning komt ook terug in de bundel Tien adviezen voor leefbare en veilige wijken, waarin het CRa laat zien hoe sociale en maatschappelijke vraagstukken samenhangen met ruimtelijke keuzes. Aan de hand van tien inzichten en praktijkvoorbeelden wordt beschreven hoe gebiedsontwikkeling kan bijdragen aan leefbare en veilige wijken.
Beeld: © Rijksoverheid
De bundel Tien adviezen voor leefbare en veilige wijken van het CRa.
Veenstra: “Vaak doen mensen alsof je moet kiezen tussen het één of het ander.” Volgens hem laten veel projecten juist zien dat snelheid, betaalbaarheid en kwaliteit goed samen kunnen gaan. “Als we meer leren van succesverhalen, kunnen we veel beter laten zien dat goede woningen bouwen en goede wijken maken geen tegenstelling hoeven te zijn.”
Ook in de discussie over verdichting ziet Veenstra kansen. Veel bestaande stedelijke gebieden beschikken al over openbaar vervoer, scholen, winkels en andere voorzieningen. “Op veel van die locaties zijn voorzieningen aanwezig die onvoldoende worden benut.” Volgens hem kunnen juist die plekken ruimte bieden voor nieuwe woningen. “Verdichten op zulke plekken biedt mogelijkheden om nieuwe woningen te realiseren én de diversiteit in een gebied te versterken.”
Beeld: © Rijksoverheid
Voormalig Rijksbouwmeester en voorzitter van het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs (CRa) Francesco Veenstra.
Samenwerken aan complete wijken met sterke gemeenschappen
Wat het NPLV onderscheidt van veel andere gebiedsontwikkelingen, is de samenwerking tussen partijen uit wonen, veiligheid, onderwijs, zorg, werk en armoedebestrijding. Volgens Kuijpers zit daarin misschien wel de belangrijkste les voor de Nationaal grootschalige woningbouwgebieden. “Te vaak zien we dat het gesprek tussen gemeenten, corporaties, projectontwikkelaars en zorgaanbieders pas laat op gang komt. Juist aan de voorkant moet je met elkaar bepalen wat je wilt bereiken.”
Volgens hem is het cruciaal om vanaf het begin met alle betrokken partijen een gezamenlijke ambitie te formuleren. “De kwaliteit van die samenwerking bepaalt uiteindelijk ook de kwaliteit van het resultaat.” Voor Veenstra gaat dat nog een stap verder. Een woning wordt relatief snel gebouwd, maar een wijk ontwikkelt zich over tientallen jaren. “De gebruiksfase van woningen, buurten, wijken en steden duurt veel langer dan de bouwfase. Daarom moet je daar vanaf het begin over nadenken.”
De ministeriële Taskforce Versnelling Woningbouw, die is ingesteld door het nieuwe kabinet, roept daar expliciet toe op. Bouw niet alleen 100.000 woningen paar jaar maar complete wijken met sterke gemeenschappen. Deze taskforce werkt ook een actieprogramma uit die wordt gelanceerd rond Prinsjesdag. Net als in de NPLV gebieden werken in de Nationaal Grootschalige Woningbouw daarom straks meerdere ministeries samen om te komen tot complete wijken.
De lessen van vandaag voor de wijken van morgen
De ervaringen uit het NPLV laten zien dat leefbare en veilige wijken niet ontstaan door woningen alleen. Investeringen in wonen, onderwijs, veiligheid, gezondheid, werkgelegenheid en openbare ruimte moeten hand in hand gaan. Die ervaringen kunnen helpen om de Nationaal grootschalige woningbouwgebieden niet alleen snel te ontwikkelen, maar ook toekomstbestendig te maken. Zoals Bouwkamp zegt: “Vergeet nooit dat fysiek investeren op lange termijn de oplossing is voor sociale problemen.” Veenstra vult aan: “We moeten voorkomen dat we nu de problemen van de toekomst aan het organiseren zijn.” En dat is waar NPLV om de hoek komt kijken voor die grootschalige gebieden in aanbouw.