De vraag naar woningen in Nederland is groot. Gemeenten, woningcorporaties en andere partners werken hard aan oplossingen om mensen snel aan passende huisvesting te helpen. Onder de woningzoekenden zijn ook mensen met een verblijfsvergunning die hier een nieuw bestaan opbouwen. In gemeente Altena laten Marilie voor den Dag en Mark van den Born zien hoe hun aanpak voor deze groep eruit ziet. Met korte lijnen, onderling vertrouwen en een scherp oog voor kansen brengen zij beweging op de woningmarkt. Wat maakt hun werkwijze bijzonder?
Mark van den Born en Marilie voor den Dag, gemeente Altena
“Het huisvesten van statushouders is een gedeelde verantwoordelijkheid. Dat doen we samen met de gemeente en maatschappelijke partners zoals VluchtelingenWerk”, zo vertelt Mark, woonconsulent bij woningcorporatie Bazalt Wonen. Elke vier weken heeft hij daarom een overleg met Marilie voor den Dag, inkomensconsulent en medewerker van het programma Opvang en Huisvesting bij gemeente Altena. Daar schuift ook een collega van de andere woningcorporatie in Altena en een collega vanuit VluchtelingenWerk Nederland bij aan. Het is geen formeel beleidsoverleg, maar een praktisch gesprek: wie komt er aan, en welke woonvorm past daarbij? Mark: “We zorgen samen dat het werkt. We laten mensen niet dobberen. Ze zijn er, ze komen hier, en dan moeten we zorgen dat het zo goed mogelijk geregeld is voor ze.”
Waar het kan probeert de gemeente Altena jongere statushouders een doorstroomwoning te bieden: een tijdelijke plek van waar uit ze kunnen beginnen met hun inburgering, werk of studie. Daarnaast huurt de gemeente tijdelijk beschikbare panden, zoals onlangs een pastorie. Ze gebruiken dat als opvanglocatie, waar statushouders alvast naartoe kunnen komen om hun bestaan in Altena op te bouwen. Het illustreert hoe Altena bewust zoekt naar kansen én die laat gelden voor meedere groepen woningzoekenden: de tijdelijke huisvesting wordt ingezet voor verschillende doelgroepen.
Buren meenemen in het verhaal
Passende woonruimte vinden voor statushouders is stap één. Minstens zo belangrijk is wat er daarna nodig is in de buurt. Mark en Marilie investeren bewust in het meenemen van omwonenden en het goed voorbereiden van nieuwe bewoners. Mark: “Zo ga ik bijvoorbeeld soms, nog voor de woning betrokken wordt, langs de buren. Samen met een medewerker van VluchtelingenWerk én met de statushouder(s). Zo krijgt de ‘nieuwe buur’ een gezicht. Onbekend kan onbemind maken. Maar zodra mensen met elkaar spreken, wordt het een ander verhaal.”
Tegelijkertijd worden de nieuwe bewoners goed voorbereid op hun nieuwe omgeving. VluchtelingenWerk organiseert samen met de corporaties een bijeenkomst over wonen in de wijk. “Je moet mensen streetwise maken”, zegt Mark. “Leg ze bijvoorbeeld uit hoe de omgangsvormen zijn en hoe je afval kunt scheiden. Dat maakt een groot verschil.”
Woningdelen: veelbelovend, maar nog pril
Altena zet stappen in het woningdelen voor statushouders. “We hebben inmiddels een woning waar statushouders succesvol samen wonen,” deelt Marilie. Een eerdere pilot enkele jaren geleden, leverde waardevolle inzichten op. Zo bleek dat een zorgvuldige matching essentieel is. “De bewoners bleken in het land van herkomst uit rivaliserende bevolkingsgroepen te komen, samenwonen was daarom niet fijn. Daarom zijn ze toen doorgestroomd naar andere woonruimte.”
Die ervaringen hebben geholpen om het nu anders aan te pakken. Marilie: “We merken dat er nu weer ruimte is om dit verder te verkennen. Woningdelen vraagt om maatwerk, ook vanwege de regelgeving bij woningsplitsing die van toepassing kan zijn. Denk aan vergunningen, parkeereisen en soms aanpassingen van het bestemmingsplan.”
Inmiddels is een nieuwe stap gezet met twee jongeren die al samenwoonden op een andere locatie die gesloopt wordt, en nu samen zijn verhuisd. Daarmee bouwt Altena verder op wat al goed werkt. De ambitie is om woningdelen stap voor stap op te schalen, voor statushouders én andere groepen woningzoekenden. “We werken nu aan het goed inrichten van onze processen, zodat we dit straks breder en zorgvuldig kunnen toepassen,” aldus Marilie. “We zijn gestart met een interne verkenning. Van daaruit gaan we de plannen verder maken om dit voor meer mensen die op zoek zijn naar woonruimte, mogelijk te maken.”
Mark sluit af: “Mijn advies is: kijk met elkaar naar wat wél mogelijk is. Creëer ruimte om te proberen en te leren. En tegelijk: er is geen gouden formule. Wat werkt in dorp A, werkt in dorp B of stad C niet per se. Je moet blijven tweaken en niet bang zijn om van elkaar te leren en je ervaringen te delen.”