“Wie werkt aan steden, dorpen of buurten, werkt in feite aan gezond en gelukkig leven.” Met deze oneliner vat Vincent Luyendijk een van de taken van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening kernachtig samen. Tijdens het congres ‘Thuis in de wijk, realisatie in de volgende versnelling’ stonden professionals uit de woon- en zorgsector en van welzijnsorganisaties, gemeenten en provincies stil bij de uitvoering van woon-zorgconcepten. Waar staan we nu en waar liggen kansen voor verbetering? In dit artikel delen we, naar aanleiding van het congres, de keynotes en enkele praktijkvoorbeelden uit de werksessies.
Keynotes
‘Voer het gesprek explicieter’
Professor Femmianne Bredewold, bijzonder hoogleraar Samenleven met Verschil aan de Universiteit voor Humanistiek, legt in haar keynote uit waar we vandaan komen als het gaat om zorg. “Onze opvattingen over ‘goede zorg’ zijn tijdgebonden. Ze komen voort uit bredere maatschappelijke, politieke en culturele ideeën. In het liefdadigheidsmodel dat we kennen uit de 18 en 19e eeuw, was zorg een morele plicht. Dat maakte het ook sterk ongelijk: mensen waren afhankelijk van de goodwill van anderen. In de verzorgingsstaat die we kennen van na 1945 werd zorg een recht, met autonomie en zelfredzaamheid als belangrijke waarden. Dit bracht veel, maar maakte afhankelijkheid ook ongemakkelijk.”
Bredewold stelt dat we vandaag de dag leven volgens een nieuw ‘script’: zorg als gedeelde verantwoordelijkheid van overheid, professionals en samenleving. Dat lijkt aantrekkelijk, toch kent ook dit spanningen. Ze laat zien dat we steeds bewegen tussen ‘zorg als recht’ en ‘zorg als liefdadigheid’, en tussen ‘individu’ en ‘gemeenschap’. “Het is bovendien opvallend dat in het gesprek over zorg - en recht op zorg - de stem van de mensen die zorg nodig hebben, vaak ontbreekt.” Haar boodschap: maak het gesprek expliciet. Sta stil bij wat we onder ‘goed samenleven’ verstaan en wat dat betekent voor mensen die zorg nodig hebben én voor degenen die zorgen. “Alleen zo ontstaat een rechtvaardige en menswaardige invulling van zorg.”
‘Maak als stad een keuze’
Adviseur Duurzame, Gezonde Leefomgeving Vincent Luyendijk laat zien dat een gezonde leefomgeving niet vanzelf ontstaat, maar vraagt om bewuste keuzes. “Wie werkt aan steden of buurten, werkt aan gezond en gelukkig leven.” Aan de hand van aansprekende voorbeelden uit binnen- en buitenland maakt hij dat concreet. Zo noemt hij het Finse Oulu, vlakbij de poolcirkel waar zelfs bij temperaturen flink onder nul de fiets centraal staat. Daar blijft het niet bij beleid op papier: de gemeente maakt haar belofte ook waar, onder meer door fietspaden als eerste sneeuwvrij te maken. Volgens Luyendijk laat dit zien wat er gebeurt als een stad echt ergens voor kiest.
Volgens hem moeten we anders kijken: niet vanuit systemen of doorstroming, maar vanuit wat een plek betekent voor mensen. Hij noemt bouwstenen als goede woningen, groen, gezonde lucht, sociale veiligheid en ruimte voor ontmoeting en beweging. “Nog altijd is veel ruimte ingericht voor de auto, terwijl die voor 94% stilstaat.” Voorbeelden uit Utrecht, Barcelona en Malmö laten zien dat het anders kan: meer ruimte voor mensen zorgt voor meer leven in de stad. Samen ontwerpen speelt daarin een belangrijke rol. Mét bewoners ontwerpen leidt tot plekken die beter aansluiten op hun dagelijks leven, zoals buurtmoestuinen en toegankelijke ontmoetingsplekken. Luyendijk pleit tot slot voor verbeeldingskracht. “Juist nu, in een tijd van klimaatverandering, toenemende hittedagen en ruimtegebrek, is het belangrijk om te laten ervaren hoe een groenere, socialere omgeving voelt. Zo ontstaan plekken waar mensen zich, ook later, prettig blijven bewegen en ontmoeten.”
‘Ouder worden is samen leven’
De afgelopen zes jaar was Hans Adriani leider van het Aanjaagteam Wonen Welzijn Zorg voor Ouderen, dat medio 2026 stopt. Hij blikt terug en vooruit. “Toen we begonnen, hadden veel gemeenten nog weinig beeld bij de gevolgen van vergrijzing voor wonen, zorg en leefomgeving.” Inmiddels is dat veranderd. Het besef groeit dat ouder worden niet alleen over zorg gaat, maar over samenleven in buurten die daarop zijn ingericht. “Mensen willen niet verzorgd worden, maar leven. Dat vraagt om woonvormen waarin ontmoeting en gemeenschapsvorming centraal staan.”
Die beweging is zichtbaar in ruim 200 zorgzame woonprojecten, maar dat zijn er nog te weinig. “We moeten naar de 5.000, en sneller.” De uitdaging zit niet alleen in geld, maar ook in hoe we bouwen en organiseren. Kleine ingrepen, zoals gedeelde ruimtes, maken al verschil. Met het stoppen van het aanjaagteam komt de verantwoordelijkheid nadrukkelijk bij het veld te liggen. Een praktische roadmap helpt gemeenten, corporaties en zorgorganisaties op weg. Adriani’s wens is dat zorgzame woongemeenschappen net zo vanzelfsprekend worden als duurzaamheid. “Dat je raar wordt aangekeken als je het niet meeneemt.”
Werksessies
In de middag vonden meer dan veertig werksessies, masterclasses en rondetafelgesprekken plaats. De onderwerpen varieerden van ‘Het wijkrestaurant als kloppend hart van een vitale woongemeenschap’ en ‘Zorgbuurthuis, een alternatief voor het “verzorgingshuis” tot ‘Domeinoverstijgende samenwerking wonen en zorg’ en ‘Private financieringsmogelijkheden’. We lichten er drie uit:
Doorstroming stimuleren: #hoedan en #watkostdatdan
Zonder aantrekkelijk aanbod verhuizen mensen niet. Maar zelfs als dat aanbod er is, blijkt die stap vaak nog groot. Susan van Klaveren, senior projectleider wonen en zorg bij Platform31, en Miriam Zerstegen, kwartiermaker bevorderen doorstroming bij de provincie Gelderland, zien dat de groep mensen die ondersteuning nodig heeft om door te stromen, groeit. “Inmiddels wordt doorstroming breder opgevat. Het gaat niet langer om verhuizen alleen, maar ook om het beter benutten van bestaande woningen, zoals delen, splitsen en collectieve woonvormen.”
Toch laat de praktijk zien hoe complex doorstroming is. Een verandering in de woonvorm is niet alleen praktisch, maar ook emotioneel ingewikkeld. Schaarste en regels maken het (extra) lastig. Daarnaast zijn er regels rondom privacy die samenwerking tussen (zorg)organisaties ingewikkeld maken. “Wooncoaches kunnen een sleutelrol invullen,” stellen Susan en Miriam. “Zij begeleiden bewoners persoonlijk en helpen overzicht te krijgen in keuzes.” Hun rode draad? “Doorstroming vraagt om samenwerking, vroegtijdige gesprekken en aandacht voor wat mensen nodig hebben. Pas dan komt beweging op gang.”
Hoe bouw je een zorggeschikt woongebouw?
Olga Görts, directeur bij Netwerk Conceptueel Bouwen, en Nora van de Water, Adviseur Sectorontwikkeling bij Aedes, laten in hun sessie zien hoe woningbouw anders kan, door wonen, zorg en samenleven vanaf het begin te verbinden. Zij werken met woon(zorg)concepten: bestaande, industrieel ontwikkelde oplossingen die opdrachtgevers kunnen inzetten zonder telkens opnieuw te hoeven ontwerpen. Dat bespaart tijd, verhoogt kwaliteit en verkleint risico’s. “Je hoeft het wiel niet steeds opnieuw uit te vinden.” Met hulpmiddelen zoals de woonstandaard en een digitale showroom krijgen partijen sneller overzicht en spreken ze dezelfde taal.
Ook corporaties bewegen mee. Zij bouwen niet alleen, maar dragen bij aan woonconcepten waarin zorg en welzijn samenkomen. Tegelijk wringt het in de praktijk, vooral in de financiering. “Investeren in sociale samenhang levert maatschappelijke waarde op, maar past nog niet goed in bestaande systemen. Onze conclusie: toekomstbestendige woonvormen ontstaan waar bouwen, zorg en samenleven samenkomen – en waar partijen bereid zijn dat ook echt samen te organiseren.”
‘Lang leven thuis, versnellen in bestaande bouw’
Sabine Megens en Peter Bisschop, directeuren van On(t)roerendgoed, laten zien dat bestaande wooncomplexen cruciaal zijn voor langer thuis wonen. Nieuwbouw helpt, maar de grootste winst ligt in wat er al staat. “Mensen wonen daar al en willen er vaak blijven.” Ontroerendgoed werkt met zogeheten langleven-thuisflats: bestaande gebouwen die een ‘pluslaag’ krijgen. Die bestaat uit samenwerking tussen corporatie, zorg, welzijn, gemeente en bewoners, aangevuld met een ontmoetingsruimte en een langleven-thuiscoach. Die coach is geen zorgverlener, maar een verbinder die bewoners kent, signalen oppikt en mensen met elkaar en voorzieningen in de wijk verbindt.
“Er is geen vast format: elke plek vraagt om maatwerk. Toch zijn er wel vaste bouwstenen: partijen verbinden, duidelijke afspraken maken en bewoners vanaf het begin betrekken. Dat laatste kost geld, maar maakt wel het verschil.” Ook hier blijft financiering lastig. Investeringen zitten vooral in de organisatie en de begeleiding, terwijl de opbrengsten breder landen, zoals in een lagere zorgdruk. “Daarom zoeken partijen naar gezamenlijke oplossingen,” delen Sabine en Peter. ”Zoals met een ‘pizzafinanciering’ (daarbij worden meerdere financieringsvormen naast (of op) elkaar gebruikt om een bredere financieringsbehoefte in te vullen, red.). De kern: langer thuis wonen draait niet alleen om woningen, maar om gemeenschap, samenwerking en anders organiseren.”





