Wie als gemeentelijk toezichthouder een huurwoning binnenstapt, weet nooit precies wat er achter de voordeur speelt. Soms gaat het om een onveilige woonsituatie. Soms blijkt een pand illegaal in kamers verhuurd. En soms voelt een huurder zich geïntimideerd door de verhuurder. De mogelijkheden voor gemeenten om op te treden tegen misstanden zijn de afgelopen jaren verruimd. Maar de toepassing van alle nieuwe wet- en regelgeving levert soms een puzzel op voor inspecteurs handhaving en toezicht. Daarom is de komst van de nieuwe landelijke opleiding voor bouw- en woontoezicht belangrijk, benadrukken Daniël Doeze Jager van het ministerie van VRO en Ingrid de Vos van de gemeente Utrecht.
Beeld: © Rijksoverheid
Daniël Doeze Jager
“We doen dit uiteindelijk voor de mensen in de wijken. Zij moeten merken dat er iets verandert. Dat misstanden sneller worden gezien en dat hun wijk leefbaarder en veiliger wordt”, zegt Daniël Doeze Jager. Met de lancering van de zogeheten ‘eindtermen voor bouw- en woontoezicht’ op de Dag van de Volkshuisvesting (8 december 2025) krijgen toezichthouders in heel Nederland voor het eerst een stevige, uniforme basis.
Opleiding voor woontoezicht
Waarom er eindtermen specifiek voor woontoezicht nodig waren? Simpelweg omdat er in Nederland geen echte opleiding voor woontoezicht bestaat. Terwijl de wet- en regelgeving op woongebied de afgelopen jaren flink is uitgebreid. Gemeenten kregen bevoegdheden via de Wet goed verhuurderschap, de Wet betaalbare huur, de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, de Leegstandswet, regels voor toeristische verhuur, de opkoopbescherming en lokale huisvestingsverordeningen. Inspecteurs moeten daardoor steeds meer weten. Bovendien komen ze vaak in dit werkveld terecht met uiteenlopende achtergronden: van sociaaljuridische dienstverlening tot bouwkunde en van politie tot handhaving. Inspecteurs hebben momenteel dus niet allemaal dezelfde kennis in huis.
Vijf wetten tegelijk
“Het werk is zo breed geworden dat je zonder stevige basis de helft niet ziet”, zegt Ingrid de Vos, senior hoofdinspecteur toezicht en handhaving in Utrecht. “Vroeger keek je bij wijze van spreken alleen maar of een studentenhuis in orde was en de juiste vergunning had. Nu zie je soms op één adres een situatie waarop vijf wetten tegelijk van toepassing zijn en moet je toch snel schakelen.”
Beeld: © Rijksoverheid
Ingrid de Vos is senior hoofdinspecteur toezicht en handhaving in Utrecht
Ook kleine gemeenten hebben moeite om alles bij te houden. Soms doet één medewerker álles: van intimidatiezaken tot leegstand en van toeristische verhuur tot vergunningen. De behoefte aan een landelijke standaard voor woontoezicht werd steeds urgenter. Daniël vult aan: “Als gemeenten het werk niet goed kunnen uitvoeren, blijft beleid in Den Haag een papieren werkelijkheid.”
Intensieve samenwerking
Om een echte opleiding mogelijk te maken, moesten eerst eindtermen worden ontwikkeld. Dat zijn duidelijke afspraken over wat iedere toezichthouder minimaal moet kennen, begrijpen en kunnen toepassen. Dat gebeurde in een intensieve samenwerking tussen het ministerie, de VNG, de Nederlandse Vereniging Bouw- en Woningtoezicht, de opleidingsinstanties en een groeiende groep gemeenten.
Aanvankelijk schoven vier grote gemeenten aan, maar uiteindelijk zaten er tien aan tafel, van grote steden tot kleinere gemeenten. Ingrid vond die mix waardevol: “Een stad als Utrecht heeft andere uitdagingen dan een landelijker gelegen gemeente. Juist door dat samen te brengen, zie je wat álle toezichthouders nodig hebben om hun werk goed te doen en de bestaande woningvoorraad goed te beschermen.” Binnen ongeveer zeven maanden heeft het samenwerkingsteam de eindtermen geformuleerd in zo’n tweehonderd pagina’s. Daarin zijn alle relevante wetten uitgewerkt, compleet met praktijkvoorbeelden en handvatten om te herkennen wat je in een woning kunt aantreffen en wat je daar vervolgens mee moet doen.
Beter toegerust de wijk in
De nieuwe landelijke opleiding zorgt ervoor dat toezichthouders beter toegerust de wijk in gaan. Ze weten beter waar ze op moeten letten, herkennen sneller wanneer er iets mis is, en kunnen meldingen van bewoners beter duiden. “Het gaat erom dat je als inspecteur breder kijkt”, zegt Ingrid. “Je komt misschien voor leegstand, maar ziet ondertussen dat de brandveiligheid niet klopt of dat kamers zonder vergunning worden verhuurd. Als je dat herkent, kun je er iets mee.”
Leefbaarheid en veiligheid
Voor huurders betekent dit dat hun meldingen sneller en duidelijker worden opgepakt. Dat misstanden minder lang blijven liggen. En dat gemeenten sterker staan tegenover verhuurders die zich niet aan de regels houden. En voor de wijk als geheel? Daniël: “Ik hoop dat je straks echt verschil ziet in wijken waar de problemen zich opstapelen. Als toezicht en handhaving beter worden uitgevoerd, draagt dat direct bij aan leefbaarheid en veiligheid. Dat is waar we dit allemaal voor doen.”