Betere samenwerking en meer inzicht in de prestaties en financiële mogelijkheden van woningcorporaties geven de bouw van sociale huurwoningen een extra impuls. Dat is belangrijk om vanaf 2029 jaarlijks 30.000 sociale huurwoningen te realiseren. Minister Elanor Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening stuurt vandaag een brief naar de Tweede Kamer over de samenwerking en informatievoorziening in de corporatiesector.
Het Rijk, Aedes, VNG, gemeenten en de woningcorporaties hebben gezamenlijk onderzoek gedaan naar de voorwaarden die nodig zijn om meer sociale huurwoningen te bouwen. Over hun bevindingen stelden ze een gezamenlijke routekaart op. De regio werkt nu met één gezamenlijke geprioriteerde projectlijst en lokale bouwtafels waar partijen vroegtijdig knelpunten kunnen bespreken en oplossen. En de belangrijkste afspraak is dat ‘vertraging niet meer wordt geaccepteerd’.
Informatie voor de sector
Om beter zicht te krijgen op de voortgang van de woningbouw en verduurzaming van woningen wordt het dashboard Prestaties Woningcorporaties in Kaart (PWiK) uitgebreid met gegevens op provinciaal niveau.
Verder werkt de minister samen met de sector aan realistischere meerjarenbegrotingen van woningcorporaties. Zo ontstaat beter zicht op welke projecten daadwerkelijk worden uitgevoerd en kunnen knelpunten eerder worden gesignaleerd en bijgestuurd.
Tot slot heeft het ministerie een handreiking voor sociale grondprijzen gepubliceerd. Die ondersteunt partijen bij het maken van afspraken over grondprijzen voor sociale woningbouw.
De handreiking biedt inzicht in verschillende methoden voor grondprijsbepaling en laat zien wat de voor- en nadelen daarvan zijn. Ook helpt de handreiking gemeenten bij de inzet van beleidsinstrumenten zoals grondprijsbeleid, het omgevingsplan en tenders.