Digitalisering moet een belangrijke bijdrage leveren aan het versnellen van de woningbouw, verduurzaming en gebiedsontwikkeling. Dat schrijft minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Elanor Boekholt-O'Sullivan in een Kamerbrief over de digitalisering van de fysieke leefomgeving. Met deze aanpak gaat het kabinet samen met medeoverheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties slimmer en efficiënter samenwerken aan de grote ruimtelijke opgaven van Nederland. Dat zorgt voor minder dubbel werk en snellere besluitvorming.
Nederland staat voor grote uitdagingen in de fysieke leefomgeving. Er moeten jaarlijks 100.000 woningen worden gebouwd, bestaande gebouwen moeten worden verduurzaamd, funderingsproblemen aangepakt en verouderde infrastructuur vervangen. Tegelijkertijd zijn ruimte, mensen en middelen schaars. De Taskforce Versnelling Woningbouw ziet digitalisering daarom als een belangrijke sleutel om de bouwproductie op te schalen naar 100.000 woningen per jaar. In de brief schetst de minister van VRO drie hoofdlijnen om digitalisering in de sector te versterken.
Techniek: uitbouwen digitale infrastructuur
De digitale infrastructuur wordt uitgebreid. Zo zijn gegevens beter te vinden, te lezen en veilig te delen. Overheden en bedrijven hebben dan dezelfde actuele informatie. Hiervoor worden bestaande voorzieningen verrijkt, zoals de Nationale Geo-Informatie Infrastructuur (NGII), het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en het Digitaal Stelsel Gebouwde Omgeving (DSGO). Het ministerie werkt met de sector aan een routekaart die laat zien welke systemen en initiatieven met elkaar worden verbonden, welke voorzieningen daarvoor nodig zijn en welke rol iedereen heeft. Daarnaast ontwikkelt het ministerie een landelijke voorziening voor gebouwgegevens, digitale modellen van gebieden, en wordt AI in de gebouwde omgeving verkend.
Processen en organisaties: versterken regie
Technologie moet geborgd worden. Dit kan via wetten, maar ook via de opdrachtgevers en gezamenlijke kaders voor bijvoorbeeld subsidies en initiatieven. Dit betekent dat er duidelijke coördinatie en samenhang moet zijn tussen initiatieven, programma’s en technologie, en tussen regels, kaders en richtlijnen. Het ministerie werkt hierin samen met medeoverheden en marktpartijen, zowel op nationaal als Europees niveau. Zo maakt het ministerie samen met diverse partijen afspraken over wetgeving en digitale standaarden, normen en werkende oplossingen, zodat systemen en initiatieven beter op elkaar aansluiten.
Mensen en vaardigheden: Investeren in digitaal vakmanschap
Digitalisering vraagt niet alleen om technologie, maar ook om mensen die ermee kunnen werken. Daarom investeert het kabinet in digitale vaardigheden en vakkennis van medewerkers in de hele sector. Zo kunnen zij digitale hulpmiddelen goed gebruiken. Het ministerie werkt aan diverse programma’s om de digitale vaardigheden te verbeteren en te versterken, onder meer via het opleidingsprogramma digiVaardig, het programma AI in de Woningbouw en een digi-opleiding binnen het programma Innovatie en Opschaling Woningbouw (IOP) voor gemeenteambtenaren.
Vervolg
De drie hoofdlijnen leggen een stevig fundament voor de digitale infrastructuur en samenwerking in de fysieke leefomgeving. Voor de zomer van 2027 verschijnt een actieagenda met concrete maatregelen voor de verdere verbetering van de digitale infrastructuur.
Vierdelige infographic over digitalisering in de fysieke leefomgeving. De eerste afbeelding introduceert het onderwerp met de tekst: “Digitalisering helpt om sneller en beter samen te werken in de fysieke leefomgeving. Hiervoor focussen we op drie hoofdlijnen.”
Op de achtergrond staan illustraties van gebouwen, een bouwkraan, windmolens en infrastructuur.
De drie volgende afbeeldingen tonen de hoofdlijnen:
- Mensen en vaardigheden: investeren in digitaal vakmanschap.
- Techniek: uitbouwen van digitale infrastructuur.
- Processen en organisaties: versterken van regie.
Bij iedere hoofdlijn staat een illustratie van professionals die samenwerken aan digitale toepassingen in de gebouwde omgeving.