Mensen zien vaak niet of een woning in een fabriek is gemaakt of op traditionele wijze is gebouwd. Dat blijkt uit onderzoek van Platform31, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Opvallend is dat fabriekswoningen niet minder aantrekkelijk worden gevonden. Zes op de tien mensen gaf zelfs de voorkeur aan de fabriekswoning.

Minister Boekholt-O'Sullivan: "We moeten sneller meer woningen bouwen. Dit onderzoek laat zien dat mensen moderne fabriekswoningen net zo aantrekkelijk vinden als traditioneel gebouwde woningen. Dat geeft vertrouwen om conceptueel en industrieel bouwen verder op te schalen en zo meer woningzoekenden sneller aan een woning te helpen."

Sneller bouwen met conceptueel en industrieel bouwen

Bij conceptueel en industrieel bouwen worden woningen ontwikkeld met gestandaardiseerde ontwerpen en bouwprocessen. De woningen worden voor een groot deel in een fabriek geproduceerd en vervolgens op de bouwlocatie in korte tijd gemonteerd. Daardoor kunnen woningen sneller, efficiënter en duurzamer worden gebouwd, met een hoge en voorspelbare kwaliteit.

Het kabinet zet in op conceptueel en industrieel bouwen om de woningbouw te versnellen. Daarom wil het kabinet dat bij grootschalige nieuwbouwlocaties de helft van de nieuwe woningen via fabrieksbouw tot stand komt. Zo kunnen sneller meer woningen worden gebouwd voor woningzoekenden en werken we tegelijkertijd aan duurzame en toekomstbestendige woonwijken.

Fabriekswoning vaak niet te herkennen

Platform31 voerde het onderzoek ‘Het imago van woningen uit de fabriek’ uit onder 79 respondenten, verdeeld over twee groepen. De onderzoekers interviewden 38 woonprofessionals tijdens de Dag van de Volkshuisvesting in Nieuwegein. Daarnaast spraken zij met 41 voorbijgangers op drie locaties in Den Haag: bij station Hollands Spoor, in de jarendertigwijk Bezuidenhout en in de Vinexwijk Ypenburg.

Voor het onderzoek bekeken woonprofessionals en voorbijgangers dertien sets afbeeldingen met telkens twee woningen: één traditioneel gebouwde woning en één woning die grotendeels in een fabriek was gemaakt. Zonder te weten welke woning volgens welke bouwmethode was gerealiseerd, beantwoordden zij twee vragen: welke woning vind je mooier en welke woning denk je dat uit de fabriek komt?

Uit de resultaten blijkt dat veel mensen het verschil nauwelijks herkennen. Van de voorbijgangers wees 56% de fabriekswoning correct aan. Bij woonprofessionals was dat 61%. Dat laat zien dat het onderscheid tussen industriële en traditionele bouwmethoden voor veel mensen niet direct zichtbaar is.

Zes op de tien mensen vinden fabriekswoning mooier

De respondenten vonden fabriekswoningen niet minder mooi dan traditioneel gebouwde woningen. Integendeel. Zes op de tien voorbijgangers kozen voor de fabriekswoning. Onder woonprofessionals lag dat aandeel op 54%.

De onderzoekers concluderen dat mensen woningen vooral beoordelen op hun uitstraling. Ontwerp, materiaalgebruik en architectuur wegen zwaarder dan de manier waarop een woning is gebouwd. De resultaten laten zien dat industriële bouwmethoden niet leiden tot een negatieve perceptie onder bewoners en dat deze woningen goed kunnen aansluiten bij hedendaagse woonvoorkeuren.

Versnelling van de woningbouw

Het kabinet werkt ondertussen verder aan het versnellen van de woningbouw. Via de Taskforce Versnellen Woningbouw ondersteunt het gemeenten, woningcorporaties en marktpartijen bij het sneller realiseren van woningen. Komend najaar informeert het kabinet de Tweede Kamer in een nieuwe voortgangsbrief over de verdere inzet op industriële woningbouw en woningbouwversnelling.

Onderdeel van een reeks

Dit onderzoek is het tweede van een reeks van drie. Het eerste onderzoek ging in op tevredenheid van bewoners van een fabrieksmatig gebouwde woning. Dit tweede onderzoek  gaat in op het imago van fabriekswoningen bij vakgenoten en bij het grote publiek. Het derde onderzoek richt zich op de ontvangst en beleving van industrieel gebouwde woningen bij omwonenden van een project.