Het kabinet werkt aan energiezuinige en emissievrije gebouwen. Sinds 29 mei 2026 gelden nieuwe regels voor de energieprestatie van gebouwen. In een Kamerbrief licht minister Elanor Boekholt‑O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening toe hoe Nederland met deze stappen uitvoering geeft aan de Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen (EPBD IV). De EPBD IV wordt in tranches ingevoerd, waarvan de eerste nu in werking is getreden.
Europese afspraken voor energiezuinige gebouwen
De EPBD IV schrijft voor dat gebouwen energiezuiniger en uiteindelijk in 2050 emissievrij moeten worden. Dat kan onder meer door betere isolatie, efficiëntere installaties en meer gebruik van hernieuwbare energie. Zo daalt de energievraag, wat bijdraagt aan een betaalbare energierekening en het Europese klimaatdoel van netto nul uitstoot in 2050.
Eerste tranche EPBD IV ingegaan
De eerste tranche van de EPBD IV wijzigt enkele onderdelen van de methode voor het bepalen van de energieprestatie. Ook bevat het energielabel meer informatie en is het renovatiepaspoort, een stappenplan voor verduurzaming, ontwikkeld. Daarnaast zijn regels ingevoerd of aangepast voor: zonne-energie, gebouwautomatisering, laadpalen, parkeerplekken voor fietsen en voor meet- en regelapparatuur van bepaalde gebouwen.
Lagere isolatiestandaard voor meeste woningen
De isolatiestandaard voor woningen is een belangrijke bouwsteen voor de richtwaarden voor emissievrije gebouwen. Deze helpt woningeigenaren om hun woning te verduurzamen zodat er uiteindelijk minder warmte nodig is. Na evaluatie is besloten om de isolatiestandaard voor de meeste woningen te verlagen. Duurzame manieren van verwarming blijken in de praktijk minder isolatie nodig te hebben om een woning comfortabel warm te krijgen. De isolatiestandaard voor vooroorlogse hoek- en vrijstaande woningen wordt verhoogd. Dit betekent dat ook de gevel geïsoleerd moet worden.
Nieuwe stappen voor bestaande utiliteitsbouw
Met de volgende tranches van de EPBD IV worden minimale energieprestatie‑eisen ingevoerd voor utiliteitsbouw, zoals winkels, scholen en kantoren. Deze eisen gelden voor de slechtst presterende gebouwen. Het voorstel is dat gebouweigenaren hun pand uiterlijk op 1 januari 2030 moeten verduurzamen naar minimaal energielabel D.
Richtwaarden voor emissievrije gebouwen
Een andere belangrijke stap binnen de resterende tranches is de ontwikkeling van richtwaarden voor emissievrije gebouwen (Zero Emission Buildings, ZEB) voor bestaande woningen en gebouwen. Richtwaarden beschrijven onder andere welk niveau van isolatie nodig is en welke installaties nodig zijn om gebouwen toekomstbestendig en uiteindelijk emissievrij te maken.
Modernisering van methode voor bepalen energieprestatie
Met de vierde tranche in 2030, komt er een nieuwe manier waarop de energieprestatie van gebouwen wordt beoordeeld die beter weergeeft hoe energiezuinig gebouwen zijn voor een gemiddelde gebruiker.