Minister Elanor Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening werkt aan het moderniseren en vereenvoudigen van bouwregelgeving om met name de woningbouw te versnellen. Zo moet de bouw meer gestandaardiseerd worden om sneller te kunnen bouwen. Landelijk uniforme regels vormen daarbij het uitgangspunt. De minister stuurde vandaag een brief naar de Tweede Kamer over bouwregelgeving, in aanloop naar het commissiedebat in de Kamer op donderdag 4 juni.

In het regeerakkoord is afgesproken om lokale, bovenwettelijke bouweisen actief tegen te gaan, zodat overal dezelfde regels gelden. Gemeenten mogen geen aanvullende technische bouweisen stellen boven op het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Extra lokale regels staan sneller bouwen in de weg staan. Daarom wordt onderzocht welke instrumenten de minister nodig heeft voor een effectieve handhaving als gemeenten toch aanvullende kwaliteitseisen blijven stellen.

Industrialisatie en typegoedkeuring

Om het aandeel van de industriële bouw te vergroten zet het kabinet in op typegoedkeuring via Erkende Kwaliteitsverklaringen (EKV). Hiermee hoeft een woningconcept slechts één keer technisch beoordeeld te worden. Voor industrieel gebouwde woningen vervalt vervolgens de vergunning- en meldingsplicht voor de technische bouwactiviteit. Ook wordt onderzocht hoe tijdelijke woningen en flexwoningen met een typegoedkeuring eenvoudiger vergunningsvrij kunnen worden verplaatst. In het programma Innovatie en Opschaling Woningbouw werkt VRO samen met gemeenten aan meer uniforme ruimtelijke regels, bijvoorbeeld rond welstand en stedenbouwkundige eisen. In de regio Arnhem-Nijmegen wordt hier al ervaring mee opgedaan in de zogenoemde ‘industriële fastlane’.

Eenvoudigere bouwregels

Sneller en slimmer bouwen, met zo min mogelijk vertragende regels is het uitgangspunt van het kabinet. Zo werkt het kabinet aan verdere vereenvoudiging van het Bbl. In aansluiting op de adviezen uit het programma STOER om regeldruk te verminderen bereidt de minister een wijziging van het Bbl voor. Deze wordt na de zomer voorgelegd aan de Kamer. Het gaat onder meer om eisen voor plafond- en deurhoogtes, trapsteilheid en intern geluid in woningen te versoepelen. Sommige administratieve verplichtingen worden geschrapt en de mogelijkheden voor vergunningsvrij bouwen uitgebreid. Daarnaast komt er meer ruimte voor innovatieve bouwmethoden en landelijk erkende maatregelen. Overigens leiden nieuwe Europese regelgeving nog tot aanvullende (duurzaamheids)eisen.

Bouwregelgeving moderniseren vanwege maatschappelijke ontwikkelingen

Naast vereenvoudiging en standaardisatie werkt het kabinet aan een bredere modernisering van de bouwregelgeving. Verduurzaming, toegankelijkheid en brandveiligheid spelen daarin een belangrijke rol. Zo wordt onder andere gewerkt aan de implementatie van de Europese richtlijn EPBD IV, die gaat over duurzaamheid van gebouwen. Vanaf 2030 gaan voor nieuwbouw nieuwe eisen gelden voor energieprestatie en de uitstoot van broeikasgassen gedurende de hele levenscyclus van gebouwen (Whole Life Cycle-Global Warming Potential).

Verder komen er strengere regels voor brandveiligheid van gevels en massieve houtbouw en worden ze waar nodig verduidelijkt en meer toegelicht. Ook wordt ingezet op verduidelijking van toegankelijke woningen, onder meer voor nultredenwoningen en zorggeschikte woningen. Daarnaast onderzoekt het kabinet of onderdelen van de vrijwillige Nederlandse Norm (NEN) voor toegankelijk bouwen worden opgenomen in het Bbl. Verbetering van de naleving van bouwregels blijft belangrijk. Zo zorgt de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), die sinds 2024 van kracht is, voor meer kwaliteitscontrole bij nieuwbouw. Verder wordt samen met gemeenten gekeken hoe toezicht en handhaving bij bestaande bouw beter kunnen worden ingericht.