Minister Elanor Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening komt met vijf maatregelen om het aanbod van middenhuurwoningen te vergroten. Deze maatregelen moeten met name particuliere verhuurders in grote steden op korte termijn meer ruimte geven, waardoor zij hun woningen verhuren aan mensen met een middeninkomen in plaats van verkopen. De minister wil de aanpassingen zo snel mogelijk doorvoeren en gaat hierover in gesprek met de Tweede Kamer.
Minister Boekholt-O’Sullivan: “Op dit moment zien we dat teveel huurwoningen voor mensen met een middeninkomen verdwijnen, omdat het niet aantrekkelijk genoeg is om een woning te verhuren. Terwijl het omgekeerde nodig is: er moeten juist meer middenhuurwoningen bij. Dat betekent aan de ene kant dat de huur betaalbaar moet zijn en aan de andere kant dat het voor verhuurders de moeite waard is om een woning te verhuren. Daar ga ik mee aan de slag.”
Nieuwbouwopslag
Om de bouw en beschikbaarheid van nieuwe middenhuurwoningen aan te moedigen, wordt de nieuwbouwopslag met vier jaar verlengd tot 2032. Zo krijgen investeerders voor een langere periode extra ruimte voor de bouw van nieuwe middenhuurwoningen. De nieuwbouwopslag werd tijdelijk ingevoerd met de Wet betaalbare huur en zou aflopen in 2028. Deze verlenging zorgt ervoor dat verhuurders voor nieuwbouwwoningen nog eens vier jaar voor een periode van 20 jaar een prijsopslag mogen toepassen van 10%, waardoor de maximale huurprijs 10% hoger komt te liggen.
Woningwaarderingsstelsel
Drie van de vijf maatregelen vallen binnen het woningwaarderingsstelsel (WWS), het puntenstelsel waarmee woningen worden gewaardeerd om tot een eerlijke huurprijs te komen. Zo gaat een prijsopslag gelden voor woningen waarop de huidige WOZ-cap van toepassing is. Daardoor kunnen verhuurders op populaire locaties de maximale huurprijs bij het oorspronkelijke puntentotaal vragen, zonder dat deze woningen boven de middenhuurgrens uitstijgen naar de vrije sector. Daarnaast wordt de WOZ-waarde van kleine rijksmonumenten straks zwaarder gewaardeerd in het WWS en worden de 5 minpunten voor het geheel ontbreken van buitenruimte geschrapt. Verhuurders kunnen de huurprijs alleen gelijk verhogen naar het nieuwe maximum als er een nieuw huurcontract wordt afgesloten.
Studenten
Verder moet het voor alle studenten weer mogelijk worden om een tijdelijk huurcontract af te sluiten. Momenteel mogen alleen studenten die vanuit een andere gemeente verhuizen naar de stad waar ze gaan studeren eenmalig een tijdelijk contract van maximaal 2 jaar krijgen. Dat gaat nu dus ook gelden voor studenten die al in die gemeente wonen. Zij krijgen daardoor een gelijke kans op een kamer met een tijdelijk huurcontract. Tijdelijke contracten bieden verhuurders meer flexibiliteit en verkleinen daarmee de kans dat woningen worden verkocht, het zogeheten uitponden. Landelijk is bijna de helft van de studentenwoningen van particuliere verhuurders.Investeringsklimaat
Tegelijk kijkt het kabinet naar andere maatregelen om het investeringsklimaat te verbeteren. De ministeriële Taskforce Versnelling Woningbouw gaat hiermee aan de slag en komt voor de zomer met een integraal plan. Vooruitlopend daarop is in het coalitieakkoord afgesproken dat de overdrachtsbelasting voor verhuurders wordt verlaagd naar 7%. Voor corporaties komt een verlaging van de vennootschapsbelasting die oploopt naar 325 miljoen euro.
